Exodus 37:1-9
Men zou het vreemd kunnen vinden dat Mozes na zo volledig de instructies te hebben meegedeeld, die hem op de berg voor het maken van deze dingen gegeven waren, nu ook het maken er van even volledig mededeelt, terwijl hij toch volstaan kon hebben met te zeggen dat al deze dingen nauwkeurig gemaakt werden naar de voorschriften, die hij hun had overgegeven. Wij houden er ons van verzekerd dat Mozes, toen hij door goddelijke ingeving geschreven heeft, geen ijdele herhalingen heeft gebruikt, er zijn geen ijdele woorden in de Schrift. Waarom moeten dan aan dit verhaal zoveel hoofdstukken gewijd worden, die wij in verzoeking zijnde overtollig en vervelend te vinden? Maar wij moeten bedenken:
1. Dat Mozes oorspronkelijk voor het volk van Israël heeft geschreven, voor hetwelk het van groot nut zal wezen om dikwijls te lezen en te horen van die heilige schatten, welke hun toevertrouwd waren. Die verschillende versierselen van de tabernakel mochten zij niet zien maar alleen de priesters, en daarom was het nodig dat zij hun zo nauwkeurig en volledig beschreven werden. Hetgeen zij telkens en nogmaals moesten lezen, was opdat zij niet in gebreke zouden blijven om het te doen, telkens en nogmaals geschreven. Zo zijn ook in het Nieuwe Testament passages in de geschiedenis van Christus door twee of drie en sommige door vier, van de evangelisten verhaald, en om dezelfde reden. De grote dingen van Gods wet en evangelie moeten ons telkens en nogmaals ingeprent worden. Dezelfde dingen aan u te schrijven, zegt Paulus, "is mij niet verdrietig, en het is u zeker," Filippenzen 3:1.
2. Mozes heeft aldus willen tonen hoe grote zorg hij en zijn werklieden genomen hebben om alles nauwkeurig te maken naar het voorbeeld, dat hem op den berg getoond was. Tevoren ons het origineel gegeven hebbende, geeft hij ons nu de kopie, opdat wij ze met elkaar vergelijken, en dan zien hoe nauwkeurig zij met elkaar overeenstemmen. Aldus beroept hij zich op iedere lezer ten opzichte van zijn getrouwheid aan Hem, die hem gesteld heeft in geheel Zijn huis, en in alle deln er van, Hebreeën 3:5. En aldus leert hij ons acht te geven op al Gods geboden, ja op iedere tittel en jota er van.
3. Hiermede wordt ook te kennen gegeven dat God behagen schept in de oprechte gehoorzaamheid van Zijn volks, en er nauwkeurig rekening van houdt, en dat die in de opstanding van de rechtvaardigen tot hun eer zal vermeld worden. Niemand kan zo stipt zijn in plichtsbetrachting, of God zal even stipt zijn in kennis er van te nemen. Hij is "niet onrechtvaardig dat Hij ons werk en de arbeid van de liefde zal vergeten," ook niet in een enkel voorbeeld er van, Hebreeën 6:10.
4. De geestelijke schatten en schoonheid van de evangelie tabernakel worden hiermede aan onze veelvuldige beschouwing aanbevolen. Ga rondom dit Sion, en beschouw het telkens en wederom, hoe meer gij de heerlijkheid van de kerk aanschouwt, hoe meer gij ze zult bewonderen en liefhebben. De handvest van haar voorrechten en het verhaal van haar inrichting zijn het overwaardig om meermalen gelezen te worden.
In deze verzen hebben wij een bericht van het maken van de ark, met de heerlijke en betekenisvolle dingen, die er bij behoorden, het verzoendeksel en de cherubs. Beschouw deze drie dingen tezamen, en zij stellen u de heerlijkheid voor van een heilig God, oprechtheid van een heilig hart, en de gemeenschap, die er tussen hen is door een Middelaar. 1. Het is de heerlijkheid van een heilig God dat Hij woont tussen de cherubs, dat is. dat Hij voortdurend vergezeld is van, en aangebeden wordt door, de heilige engelen, wier snelheid aangeduid werd door de vleugels van de cherubs, terwijl hun eensgezindheid en samenwerking in hun dienst hierdoor aangeduid werden, dat hun aangezichten naar elkaar gericht waren.
2. Het is de aard van een oprecht hart, dat het, evenals de ark van de getuigenis, de wet van God in zich verborgen heeft en haar bewaart.
Door Jezus Christus, het grote zoenoffer, is verzoening gedaan en een gemeenschap gevestigd tussen ons en God. Hij stelt zich tussen ons en Gods ongenoegen, en dat niet alleen, maar door Hem verkrijgen wij recht op Gods gunst. Als Hij Zijn wet in ons hart schrijft, zal Hij ons tot een God zijn, en dan zullen wij Hem tot een volk wezen. Van het verzoendeksel zal Hij ons onderwijzen, daar zal Hij ons aannemen en zich genadig betonen tegenover onze ongerechtigheid, en onder de schaduw van Zijn vleugelen zullen wij veilig en gerust wezen.