12. Een machtige, invloedrijke heerser, wiens gunst door zo velen gezocht wordt (
Vers 26 29:26), die, in plaats van gerechtigheid en wijsheid tot den grondslag zijner heerschappij te stellen, op leugentaal acht geeft, en zijn oor tot lastertaal leent, al zijne dienaars zijn of worden goddeloos, zo als hij zelf is.
Het voorbeeld van leraars en andere invloedrijke personen, met uitstekende talenten bedeeld, kan, zowel ten goede als ten kwade, enen ontzaglijken invloed uitoefenen. Het snelst plant zich de pest van bozen laster voort, voornamelijk in den kring der huisgenoten en in de dagelijkse omgeving van zulke hooggeplaatste personen.
Uit de leugen komt goddeloosheid voort, en reeds is de enkele leugen een wortel der zonde en het begin van toenemende boosheid; daarom is bij den goddeloze ene macht om te beschadigen, te verderven en te verleiden. 13. De arme en de bedrieger 1) die zich door woeker en andere ongeoorloofde middelen ten koste van arme verrijkt heeft, ontmoeten elkaar in het leven en komen als zodanig veelvuldig in vijandige aanraking; maar de HEERE verlicht hun beider ogen. a)
a) Spreuken 22:2.
1) In het Hebreeën Isch thekanim. letterlijk, een man van kwellingen, d.i. een plager, een verdrukker, in het bijzonder der armen, o.a. door hun geld op woeker te lenen en zich ten hunnen koste op onrechtvaardige wijze te verrijken. Van hen wordt gezegd, dat God hun beider ogen verlicht. Dit wil zeggen, dat Hij van beiden de Schepper is en Onderhouder, dat zij Hem eenmaal rekenschap zullen hebben te geven van al hun daden.