2. Om de overtreding des lands, om zijnen afval van den levenden God en het verlaten van diens heilige geboden zijn deszelfs vorsten vele; in zulk een land wordt regeringloosheid afgewisseld door ene reeks van overmoedige dwingelanden, die het afgevallen volk tuchtigen, terwijl zij zelven het volk in goddeloosheid voorgaan; maar om, ter wille van verstandige en wetende mensen, die met goddelijk verstand en inzicht bedeeld zijn (
Hoofdstuk 18:15 ), zal insgelijks verlenging wezen 1) der regering van den eenmaal door God gestelden en in Gods vreze regerenden koning, tot heil des volks (
Spreuken 14:34; 11:
28:12).
De ganse Heilige Schrift geeft even als deze Spreukenuk een duidelijk getuigenis ten gunste van de alleenheerschappij, het koningschap door Godsgenade, ofschoon nergens de vraag, welke de beste staatsvorm zij, door een bepaald leerstuk beantwoord wordt..
1) Of, door een man van verstand en wetenschap duurt de rechtstoestand voort. Die man van wetenschap is niet de koning zelf, maar zijn raadsman zijn minister. Want toch hij staat tegenover degenen, die tegen den koning opstaan, in het eerste gedeelte, vorsten genoemd. De Schrift zegt hier, dat ten gevolge van den afval van den levenden God, oproer en opstand dikwijls voorkomen, zodat velen optreden als gezaghebbers, maar wanneer er iemand aan het roer zit, die de ware wijsheid deelachtig is en daarom den koning raadt in overeenstemming met den geopenbaarden wille Gods, deze een steun voor het staatsgebouw is, dewijl hij bewaart voor afval van den levenden God. 3. Een arm man, die tot rijkdom en aanzien is opgeklommen, maar die, zijnen voormaligen staat vergetende, de geringen door zijne macht verdrukt, is de eerste van de dwingelanden, die om de overtreding eens lands opkomen, want in plaats van de geringen, tot wie hij zelf eens behoorde, een goed hart toe te dragen, en gelijk een vruchtbare regen overvloed aan te brengen, is hij een wegvagende regen gelijk, die den oogst vernielt, zodat er geen brood zij.
Elke revolutie levert ons hiervan inderdaad het treurige bewijs; ook wordt dit helaas in elke republiek gezien, waar de geringe spoedig tot hoogheid kan komen, en ofschoon dit laatste door velen als een voorrecht beschouwd wordt, de geschiedenis is daar, om ons te leren, dat dit voorrecht slechts schijnbaar is, en dat door zulke, snel rijk en machtig geworden, personen meestal meer schade dan zegen voor het land aangebracht wordt. Erfelijke, geboren vorsten zijn betrekkelijk nog altijd de beste, want zij zijn minder in verzoeking, om van hun macht misbruik te maken, en worden er meer als van zelf toe gedrongen, om over de beste wijze van regeren na te denken..
Anderen (zoals Delitzsch) vertalen: Een arm man en een verdrukker der geringen, een wegvagende regen, zonder brood te brengen, en verklaren dan, dat de verhouding van een arme en een verdrukker gelijk staat met zulk een regen, die in plaats van te doen wassen, alles wegdraagt, zodat de arme niets heeft, om er zich mede te voeden. De eindbetekenis is natuurlijk dezelfde.