15. Het hart des verstandigen, dat de ware wijsheid liefheeft en gehoorzaamt, bekomt wetenschap en geestelijk leven; het staat nooit stil, maar tracht steeds naar het verkrijgen van een beter inzicht in de goddelijke dingen, en het oor der wijzen hoort gaarne spreken van de eeuwige waarheden, die besproken worden in den kring der godzaligen; het zoekt naar wetenschap, opdat het steeds moge toenemen in wijsheid (
Spreuken 14:33;
15:14).
Wie eens is begonnen, zich aan de wijsheid, die van Boven is, over te geven, die heeft ene gedurige en bevestigde begeerte in zich, om met het hart en het oor, als de organen van de gehoorzaamheid aan de goddelijke waarheid (Psalm 40:7), dieper in te dringen in het begrip van het eeuwige ware, en om enen steeds vasteren grond te leggen, en hij zoekt gaarne zulk ene gemeenschap, waar hem dit mogelijk is..
Hij, die zo veel verstand heeft, dat hij kan overwegen wat goed voor hem is, zal wel grote zorg aanwenden, dat hij de ware Godskennis, en de verplichtingen, die hij aan God heeft, in zijn hart inprent; hij zal zo wijs zijn, dat hij luistert naar dezulken, die hem goed kunnen onderrichten, want dat alleen kan den geest bewaren tegen verslagenheid en verbreking.