12. a) Als de rechtvaardigen in een land opspringen van vreugde, omdat zij de overhand hebben, niet zozeer door hun groot aantal als wel door hunnen invloed op de leiding der aangelegenheden des lands, is er grote heerlijkheid, zowel wat de uiterlijke als innerlijke welvaart des volks betreft, en iedereen verblijdt zich; b) maar als de goddelozen opkomen; en in macht en aanzien toenemen, wordt de mens nauw gezocht. 1)
a) Spreuken 11:1,11. b) Vers 28.
1) Dit betekent dat als de goddelozen regeren en de baas spelen, men schier de mensen met de lantaarn moet zoeken (Zefanja 1:12) De rechtvaardige durft zich dan nauwelijks te laten zien, gelijk het was in de dagen van Elia den Profeet, zodat deze Godsman zelfs meende, dat hij alleen van alle Gods kinderen was overgebleven. 13. Die zijne overtredingen bedekt, door ze te loochenen, te verontschuldigen, of de schuld er van op anderen te werpen, zal niet voorspoedig zijn in zijn leven; a) maar die ze met een oprecht berouw en in het geloof bekent en laat; zal van Gods barmhartigheid, namelijk de vergeving zijner zonden en een nieuwen zegen verkrijgen (Job 31:33).
a) Psalm 32:3,5. 1 Johannes 1:9,10.
Geloofd zij de Heere, onze toestand is niet wanhopend, zo als die van de engelen, die hun beginsel niet bewaard, maar hun eigene woonstede verlaten hebben. God zag met mededogen op ons geslacht neer en strekte de reddende hand tot ons uit. De Zone Gods is ons tot ene verzoening geworden, en wij worden uitgenodigd de vergeving onzer zonden te ontvangen door het geloof in Zijn verzoeningsbloed. Bij een diep gevoel van onze schuld en ons gevaar hebben wij vrijmoedigheid om redding te verwachten, van die genade, die heerst door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere..