34. Gerechtigheid, in haren gansen omvang d.i. de kennis en de vreze Gods met alle daaruit voorkomende deugden, verhoogt een volk, doet het in alle opzichten bloeien, zodat het zich gelukkig gevoelt, en andere volken het moeten achten en eren; maar de zonde, het tegendeel van de bovengenoemde gerechtigheid, is ene schandvlek der natiën, want zij worden gesmaad en veracht, worden steeds ellendiger, en vergaan eindelijk.
1) Als er recht en gerechtigheid onder een volk plaats heeft, deelt dit ere en aanzien aan hetzelve mede, maar als de ondeugd onder een volk heerst, wordt hetzelve met schande overhoopt..
Het bewijs voor de onomstotelijke waarheid dezer spreuk levert de geschiedenis aller volken, b.v. die der Perzen, Egyptenaren, Romeinen, Grieken, ja zelfs der Joden. Voor het verledene is het gemakkelijk op te merken, maar dit ook voor het tegenwoordige te geloven is niet zo licht..
Deze waarheid wordt zowel door Israël's geschiedenis als door die der volken krachtdadig bevestigd. Als in Israël recht en gerechtigheid werd geoefend, bloeide het, maar gaf Israël zich over aan de zonde der afgoderij, dan zonk het in. En zo ook de andere volken, zij zijn gevallen toen de zonde hare uiterste grens had bereikt.