Spreuken 26:24-26
Er is oorzaak tot klacht, niet alleen over gebrek aan oprechtheid in van de mensen betuiging van vriendschap en dat zij niet zo wezenlijk liefhebben als zij voorgeven, en hun vrienden niet zo goed zullen dienen als zij beloven maar over wat nog veel erger is, namelijk over boze bedoelingen in de betuiging hunner vriendschap, om deze dienstbaar te maken aan de snoodste plannen. Daarvan wordt hier gesproken als van iets geheel gewoons, vers 24. Hij, die zijn naaste haat en bedenkt om hem kwaad te doen, veinst met zijn lippen, betuigt achting voor hem te hebben en bereid te zijn om hem te dienen, hij spreekt vriendelijk met hem, zoals Kaïn met Abel, vraagt, zoals Joab aan Amasa: Is het wel met u, mijn broeder? Opdat zijn boosheid niet vermoed zal worden en hij aldus zoveel beter de gelegenheid zei hebben om zijn boos opzet te volvoeren. Deze smeedt bedrog in zijn binnenste, hij bewaart in zijn hart het kwaad, dat hij voornemens is te doen aan zijn naaste, totdat hij hem in zijn macht heeft. Dit is een boosheid, waarin niet minder de list dan het venijn is van de oude slang.
Ten opzichte van deze zaak nu worden wij hier vermaand:
1. Om niet zo dwaas te zijn om ons door zulke voorgewende vriendschap te laten bedriegen. Denk er aan om wantrouwen te koesteren als iemand zulke fraaie woorden spreekt, wees niet al te haastig om hem te geloven, tenzij gij hem goed kent, want het is mogelijk dat hij zeven gruwelen in zijn hart heeft, zeer vele plannen om u kwaad te doen, die hij zorgvuldig verbergt onder zijn fraaie woorden Satan is een vijand die ons haat, en toch spreekt hij zeer fraai in zijn verzoekingen, zoals hij tot Eva gesproken heeft, maar het is waanzin om hem te geloven, want er zijn zeven gruwelen in zijn hart, een onreine geest brengt zeven andere geesten mede, bozer dan hij zelf.
2. Niet zo slecht te zijn om iemand met betuigingen van vriendschap te bedriegen, want hoewel het bedrog wel enigen tijd onder een schone schijn volgehouden kan worden, zal het toch uitkomen, vers 26. Hij, wiens haat door bedrog bederf is, zal vroeg of laat ontdekt worden, en zijn boosheid zal tot zijn schande in de gemeente geopenbaard worden, en niets is meer geschikt om een mens in alle gezelschappen verfoeilijk te maken. Liefde, heeft iemand gezegd, is de beste wapenrusting, en de slechtste dekmantel, en zal voor de veinsaards zijn, wat Achabs vermomming was, waarin hij zich hulde en waarin hij omkwam.