Spreuken 24:15-16
Dit is gesproken, niet zozeer bij wijze van raad aan goddelozen zij willen geen onderricht ontvangen, Hoofdst. 23:9, maar veeleer in uittarting van hen, ter bemoediging van de Godvruchtigen, die door hen bedreigd worden. Zie hier:
1. De plannen van de goddelozen tegen de rechtvaardigen en het succes, dat zij zich op hun plannen beloven. Het komplot is met list beraamd, zij loeren op de woning van de rechtvaardige, denkende haar een vlek van ongerechtigheid te kunnen aanwrijven, zij loeren aan de deur om hem te grijpen, als hij naar buiten komt, zoals de vervolgers van David gedaan hebben, Psalm 59:1. Hun verwachting is hoog gespannen, zij twijfelen niet of zij zullen zijn legerplaats verwoesten, omdat hij zwak is en haar niet kan beschermen, omdat zijn toestand gering is en hij reeds bijna tenonder is gebracht. Dit alles is een vrucht van de oude vijandschap tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw. Bloedgierige lieden haten de vrome.
2. De dwaasheid en de veredeling van deze plannen.
A. De rechtvaardige, wiens ondergang verwacht werd, herstelt zich, hij valt zevenmaal in benauwdheid, maar door de zegen van God op zijn wijsheid en oprechtheid staat hij weer op, ziet over zijn moeilijkheden heen en ziet betere tijden komen. De rechtvaardige valt, valt soms negenmaal, misschien in zonde zonden van zwakheid door de verzoeking overvallen zijnde, maar hij staat weer op, op zijn berouw vindt hij genade bij God en herkrijgt zijn vrede.
B. De goddeloze, die verwachtte zijn val te zien en er toe mee te werken, is verloren, struikelt neer in het kwaad en zijn benauwdheden eindigen in algehele verwoesting.