Spreuken 26:16
1. Let op de hoge dunk, die de luiaard van zichzelf heeft in weerwil van de grove ongerijmdheid en dwaasheid van zijn luiheid. Hij denkt wijzer te zijn dan zeven, dan zeven wijze mannen, want zij zijn instaat om met rede te antwoorden. Het is de wijsheid van een man, om met rede te kunnen antwoorden, van een godvruchtig man, "om rekenschap te kunnen geven van de hoop, die in hem is", 1 Petrus 3:15. Wij moeten instaat zijn om van hetgeen wij doen reden en rekenschap te kunnen geven al is ons verstand misschien niet scherp genoeg om het bedrieglijke aan te tonen van iedere tegenwerping, die er tegen aangevoerd wordt. Hij, die zich moeite geeft in de godsdienst kan er een goede reden voor opgeven. Hij weet dat hij werkt voor een goede meester, en dat zijn arbeid niet ijdel is. Maar de luiaard denkt dat hij wijzer is dan zeven van de zodanigen want laat zeven van de zodanigen hem met al de reden, die zij er voor kunnen aanvoeren trachten te bewegen om vlijtig te zijn, het is tevergeefs, hij denkt dat zijn bepaald besluit antwoord genoeg is op al hun redenen.
2. Hoe dit in verband staat met zijn luiheid. Het is de luiaard, die meer dan alle andere mensen zo'n eigenwaan koestert, want,
a. De goede mening, die hij van zichzelf koestert, is de oorzaak van zijn luiheid, hij wil zich geen moeite geven om wijsheid te verkrijgen, omdat hij denkt al wijs genoeg te zijn. De waan omtrent de genoegzaamheid van onze gaven en talenten is een grote vijand van onze verbetering, van onze vooruitgang.
b. Zijn luiheid is de oorzaak van zijn goede mening omtrent zichzelf. Als hij slechts de moeite wilde doen om zichzelf te onderzoeken, zich met de wetten van de wijsheid wilde vergelijken hij zou andere gedachten omtrent zichzelf krijgen. Op de bodem van eigenwaan ligt luiheid, waarin men zich heeft toegegeven. Ja meer:
c. Hij is zo ellendig verdwaasd, dat hij zijn luiheid voor wijsheid aanziet. Hij denkt dat het wijs en verstandig is, om veel werk te maken van zichzelf, zichzelf zeer hoog te schatten, zoveel mogelijk zijn gemak te nemen niet meer te doen in de godsdienst dan hoog nodig is, alle lijden te vermijden, stil te zitten en te zien wat anderen doen, ten einde het genoegen te hebben om er aanmerkingen op te maken. Voor zulke luiaards, die trots zijn op hetgeen hun schande is, is weinig hoop, vers 12.