Spreuken 28:11
Zij, die rijk zijn, zijn licht geneigd zichzelf wijs te achten, wat zij ook niet mochten weten zij weten wel hoe te verkrijgen en te behouden, en die trots zijn op hun geld, verwachten dat alles wat zij zeggen als een orakelspreuk beschouwd zal worden en als een wet, en dat niemand het zal wagen om hen tegen te spreken, maar dat iedere schoof zich voor hun schoof zal buigen. Deze waan wordt nog versterkt door vleiers, die, omdat zij evenals Izebels profeten, aan hun tafel gespijzigd worden, hun wijsheid ophemelen.
Die arm zijn, betonen zich dikwijls wijzer dan zij. De arme, die zich moeite heeft gegeven om wijsheid te verkrijgen, daar hij niet zoals de rijke andere middelen heeft om zich naam te maken, doorzoekt hem, en toont aan, dat hij niet zo groot een geleerde of zo wijs een staatsman is, als waar men hem voor houdt. Zie op hoe onderscheiden wijze God Zijn gaven uitdeelt: aan sommigen geeft Hij rijkdom, aan anderen wijsheid, en het is gemakkelijk te zeggen welke van deze de beste gave is, en die wij het ernstigst moeten begeren.