Spreuken 23:17-18
Hier is:
1. Een noodzakelijke waarschuwing tegen het koesteren van gunstige gedachten over de voorspoed van goddelozen. "Uw hart zij niet nijdig over de zondaren, misgun hun noch de vrijheid, die zij nemen om te zondigen, noch het succes dat zij hebben in de zonde, het zal hun duur te staan komen, en zij zijn veeleer te beklagen dan te benijden". Hun voorspoed is hun deel, Psalm 17:14, ja hij is hun verderf Spreuken 1:32. Wij moeten in ons hart geen verborgen ontevredenheid koesteren wegens de voorzienigheid Gods, hoewel zij gunstig voor hen schijnt te zijn, noch moeten wij wensen in hun plaats en toestand te zijn. "Laat uw hart de zondaren niet navolgen" zo lezen het sommigen doe niet zoals zij doen, ga niet op de weg met hen, volg de methodes niet, die zij gebruiken om rijk te worden, al schijnen zij er ook voorspoedig in te zijn.
2. Een voortreffelijke aanwijzing om ten allen tijde hoge gedachten van God in ons hart te onderhouden, wees alle dagen, en de hele dag in de vreze des Heeren. Wij moeten in de vreze des Heeren zijn als in ons werk, onze bezigheid, ons oefenende in heilige aanbidding van God, in onderwerping aan Zijn geboden, in berusting in de beschikkingen van Zijn voorzienigheid en in een voortdurend streven om Hem te behagen. Wij moeten er in wezen als in ons element, genot smakende in de overdenking van Gods heerlijkheid en instemmende met Zijn wil. Het is Zijn vreze toegedaan te zijn, Psalm 119:35, en er door bestuurd te worden als door ons heersend beginsel in alles wat wij zeggen en doen. Gedurende alle de dagen van ons leven moet ontzag voor God in ons hart zijn, moeten wij eerbied betonen voor Zijn gezag en vrees hebben voor Zijn toorn. Wij moeten altijd zo in Zijn vreze wezen, dat wij er nooit uit zijn.
3. Een goede reden voor die beide, vers 18, zeker, daar is een einde, een einde en een verwachting, zoals Jeremia 29:11. Daar zal een einde wezen aan de voorspoed van de goddelozen en daarom: benijd hen niet, Psalm 73:17, daar zal een einde wezen aan uw beproevingen, wees ze dus niet moe, een einde aan uw diensten, uw werk en uw strijd zullen voleindigd wezen, de volmaakte liefde zal de vrees buitendrijven, en uw verwachting van de beloning zal niet afgesneden worden, gij zult er niet in teleurgesteld worden. Het denken aan het einde zal er toe bijdragen om ons te verzoenen met al de moeilijkheden en ontmoedigingen van de weg.