Spreuken 24:13-14
Hier worden wij opgewekt tot het bestuderen van de wijsheid, door beide aan het genoegen en het gewin ervan te denken.
1. Het zal aangenaam wezen. Wij eten honing omdat hij zoet is voor het gehemelte, en dieswege wordt hij goed genoemd, inzonderheid die, welke het eerst uit de honigraat vloeit. Kanaän werd gezegd een land te zijn, dat overvloeit van melk en honing, en honing was het gewone voedsel van het land, Lukas 24:42, zelfs voor kinderen, Jesaja 7:15. Aldus moeten wij ons voeden met wijsheid, en er het goede onderricht van proeven en smaken. Zij, die honing geproefd hebben, hebben er geen verder bewijs voor nodig dat hij zoet is, noch kunnen zij door enigerlei argument van het tegendeel ervan overtuigd worden, zo zijn zij, die de kracht van de waarheid en Godzaligheid hebben ervaren volkomen overtuigd van het lieflijke en aangename van beide, zij hebben er de zoetheid van gesmaakt, en al de atheïsten van de wereld kunnen met hun valse redeneringen, en al de wereldlingen kunnen met hun spotternijen hen niet van gevoelen doen veranderen.
2. Het zal zeer nuttig zijn. Honing kan zoet wezen voor het gehemelte, en toch niet gezond zijn, maar wijsheid heeft een toekomstige beloning, zowel als een dadelijke, tegenwoordige zoetheid. "Het is u geoorloofd honing te eten", en het aangename voor uw smaak nodigt er toe, maar gij hebt veel meer reden om de geboden en voorschriften van de wijsheid te smaken en te overdenken, want als gij die vindt zal er beloning wezen, gij zult betaald worden voor uw genoegen, terwijl de dienstknechten van de zonde duur moeten betalen voor hun moeite. De wijsheid zet u wel aan het werk, maar er zal beloning wezen, zij wekt wel grote verwachtingen bij u op, maar evenals uw arbeid, zo zal ook uw hoop niet ijdel wezen, uw verwachting zal niet afgesneden worden, Hoofdst. 23:18, neen, zij zal verre overtroffen worden.