Spreuken 21:17
Hier is een argument tegen een wellustig weelderig leven, ontleend aan het verderf, dat daardoor over der mensen tijdelijke belangen gebracht wordt.
Hier is:
1. De beschrijving van een epicurist. Hij heeft blijdschap lief, dat is: hij bemint het vermaak, de dartele blijdschap van de wereld. God veroorlooft ons om het vermaak van de zinnen met soberheid en matigheid te genieten, wijn, die het hart verheugt en de geest opwekt, en olie om het aangezicht te doen blinken, maar hij, die deze liefheeft, er zijn hart op zet, ze vurig begeert al de genietingen van de zinnen wil smaken, deze als het kostelijkste vermaak beschouwt, en dus geen smaak heeft voor geestelijke genietingen, is een epicurist, 2 Timotheus 3:4.
2. De straf van een epicurist in deze wereld: hij zal gebrek lijden, want de genietingen van de zinnen kunnen niet dan met grote onkosten bevredigd worden, en er zijn voorbeelden van dat mensen gebrek hebben aan de noodzakelijkste levensbehoeften en van aalmoezen leven, die eens niet konden leven zonder lekkernijen en verscheidenheid van keur van spijzen. Menige pronker wordt een bedelaar.