Spreuken 21:20
Zij, die wijs zijn, zullen vermeerderen wat zij hebben en in overvloed leven. Hun wijsheid zal hen leren hun uitgaven in evenredigheid te brengen met hun inkomen, en iets te sparen voor later, zodat er een schat van begeerde dingen is, en zoveel als begeerd moet worden, een goede voorraad van alle geschikte dingen, intijds bewaard en weggelegd, inzonderheid van olie, een van de voornaamste voortbrengselen van Kanaän, Deuteronomium 8:8. Dit is in de woning, of de hut, van de wijze, en het is beter een ouderwets huis te hebben, dat goed ingericht en wel voorzien is, dan een fraai modern huis, dat slecht behouden wordt, ledig en slecht verzorgd is. God zegent de arbeid en het streven van de wijzen, en dan zijn hun huizen goed voorzien van het nodige.
Zij, die dwaas zijn, zullen van hetgeen zij hebben een verkeerd gebruik maken, zij zullen het besteden aan hun lusten, en aldus de voorraad, die zij hadden, onnuttig doorbrengen. Zij hebben een slecht bestuur over zichzelf, die haastig verteren wat zij bezitten, maar er niet voor zorgen meer te verkrijgen. Dwaze kinderen brengen door wat hun wijze ouders opgelegd hebben. Een zondaar verteert veel goed, zoals de verloren zoon gedaan heeft.