1. Ene a) bedrieglijke weegschaal, alsmede vals gewicht, maat, geld in handel en wandel, vals getuigen voor het gericht en in het dagelijkse leven is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen, gewicht of maat is Zijn welgevallen, daarop alleen kan Gods zegen rusten.
a) Leviticus 19:36. Deuteronomium 25:13. Spreuken 16:11; 20:10,23.
Gewicht en weegschaal zijn verordeningen des Heren, en elke weegsteen of gewicht is Zijn werk. Ook echtverbindtenissen, staatkundige gemeenschappen, burgerlijke verdragen, vonnissen, straffen enz. zijn inzettingen van Goddelijke wijsheid en gerechtigheid, waarover de Heere een waakzaam oog geopend heeft.
Ene valse weegschaal is den Heere een gruwel, 1) omdat zulk een bedrog onder den schijn van rechtvaardigheid begaan wordt; 2) omdat tegen velen en gewoonlijk tegen armen gezondigd wordt; 3) omdat het slechts zelden door de Overheid bestraft wordt; 4) omdat het gepaard gaat met leugen en bedrog 5) omdat de koper zijn geld verliest, en de verkoper het niet weer vergoedt; 6) omdat de mensen met deze zonde om zo te zeggen spotten, en het niet voor zo grote zonde houden.
De zondaar met het zijne niet vergenoegd, en zijns naasten goed bejagende, wil nog eerlijk schijnen, zal daarom zoeken met een schijn des rechts zich het goed van anderen toe te eigenen, als door vals gewicht, elle en mate. Hij wil met te grote maat inkopen, en met te kleine verkopen. Dat verbiedt God in Micha 6:10: Zijn er niet nog, in eens ieders goddelozen huis schatten der goddeloosheid? en ene schaarse efa, dat te verfoeien is? -Hierbij mag men wel voegen het bedriegen met de waren, die onrechtvaardigen mensen vervalsen, en ze zo opsmukken, dat ze beter schijnen dan ze zijn. Dit is kaf voor koren te verkopen (Amos 8:6) Door de onrechtvaardigheid maakt men zich niet alleen voor de mensen schuldig, en door het geroofde terug te geven, en aan hen te voldoen, wat men hun ontvreemd heeft, blijft de schuld nog tegenover God te vereffenen. Daarom moet de onrechtvaardige, hetzij hij meer of minder onrechtvaardigheid bedreven hebbe, zoeken weer met God verzoend te worden. En als hij dan uitroept: wat zal ik doen om mijne ongerechtigheid uitgewist te krijgen? dan is het antwoord: "Zoek het zoenbloed van den Middelaar Jezus, waardoor Hij, hetgeen Hij niet geroofd had, heeft moeten wedergeven" (Psalm 69:5).