Spreuken 19:18
Tuchtig uw zoon terwijl er nog hoop is, en laat uw ziel niet sparen om zijn geschrei.
Ouders worden hier gewaarschuwd tegen een dwaze toegeeflijkheid voor hun kinderen, die verkeerde en ondeugende neigingen hebben, en zo'n slechte geaardheid aan de dag leggen, dat zij waarschijnlijk door niets genezen of verbeterd kunnen worden dan door strengheid.
1. Zegt niet dat het nog tijd genoeg is om hen te tuchtigen, dat gij er nog wel wat mee kunt wachten, neen, zodra zich in hen een verdorven neiging openbaart, beteugelt haar, gaat haar terstond tegen, eer zij de overhand krijgt en inwortelt en verhard wordt tot een gewoonte. Tuchtig uw zoon als er nog hoop is, want, indien men hem voor een wijle nog begaan laat, dan zal er misschien geen hoop meer voor hem zijn, en dan zal een veel grotere kastijding niet kunnen doen wat nu door een kleine tuchtiging teweeggebracht had kunnen worden. Het is onkruid uitrukken zodra het opkomt, en de os, die bestemd is om het juk te dragen, moet er bijtijds aan gewend worden.
2. Zegt niet dat het jammer is hen te tuchtigen, en dat gij, omdat zij schreien en om vergeving vragen, het niet van u kunt verkrijgen om het te doen. Als het doel bereikt kan worden zonder tuchtiging, zoveel te beter, maar als gij bevindt, zoals maar al te dikwijls het geval is, dat uw vergiffenis na een geveinsd berouw en belofte van beterschap hen slechts aanmoedigt om met de verkeerdheid voort te gaan, inzonderheid als het iets is, dat op zichzelf zondig is, zoals liegen, vloeken, liederlijkheid, diefstal en dergelijke zonden meer, dan moet gij een kloek besluit nemen, dan moet uw ziel niet sparen om zijn schreien. Het is beter dat hij schreit onder uw roede, dan onder het zwaard van de magistraat, of, wat nog ontzettender is, onder dat van de Goddelijke wraak.