Spreuken 14:33
Merk op:
1. Bescheidenheid is het kenteken van de wijsheid. Hij, die waarlijk wijs is, verbergt zijn schat, zodat hij er niet op snoeft, Mattheus 13:44, hoewel hij zijn talent niet verbergt of begraaft, zodat hij er geen handel mee doet. Zijn wijsheid rust in zijn hart, hij verwerkt wat hij weet, en heeft het gereed bij de hand, maar zal er niet ten ontijde van spreken en er rumoer mee maken. Het hart is de zetel van de genegenheden, en daar moet wijsheid rusten in de praktische liefde ervan, en niet zwemmen in het hoofd.
2. Pralerij is een kenmerk van de dwaasheid. Als dwazen een weinigje oppervlakkige kennis hebben, nemen zij alle gelegenheden te baat om het te tonen, het te luchten. Of wel, de dwaasheid, die in het binnenste van de zotten is, wordt geopenbaard door hun ijver om te praten. Menig dwaas man geeft zich meer moeite om zijn dwaasheid te tonen, dan een wijs man het van de moeite waard acht om zijn wijsheid aan de dag te leggen.