Spreuken 16:32
Dit beveelt ons de genade van de zachtmoedigheid aan, die ons allen wel betaamt, maar inzonderheid hun, die op hoge jaren zijn, vers 31.
Merk op:
1. De aard ervan. Het is lankmoedig te zijn niet spoedig in toorn te worden ontstoken, niet geneigd te zijn om ieder verkeerd woord, of onvriendelijke bejegening euvel op te nemen, de tijd nemende om na te denken eer men zijn toorn naar buiten openbaart, opdat deze de perken van de betamelijkheid niet te buiten gaat, zo langzaam te zijn in ons naderen tot de toorn, dat wij gemakkelijk tot stilstand kunnen komen, en aldus tot verzoening worden gebracht, het is heerschappij te hebben over onze geest, onze lusten en neigingen, maar inzonderheid over onze hartstochten, onze toorn, deze onder bedwang houdende onder het nauwkeurig toezicht van Godsdienst en gezond verstand. Wij moeten onze toorn meester zijn, zoals God het is. Nahum 1:3.
2. De eer er van. Hij, die heerschappij verkrijgt en behoudt over zijn hartstochten, is beter dan de sterke, beter dan hij, die na een langdurig beleg een stad inneemt, of door een langdurige krijg een land tenonder brengt. Zie, een grotere, een meerdere, dan Alexander of Caesar is hier! Om de overwinning te behalen over onszelf en onze tomeloze hartstochten, daartoe wordt meer wijs beleid en een vaster en geregelder bestuur vereist, dan om de overwinning te behalen over de krijgsmacht eens vijands. Een zedelijke overwinning is voor een redelijk schepsel meer eervol dan een overwinning, die door ruw geweld wordt behaald. Het is een overwinning, die aan niemand kwaad doet, geen mensenlevens en geen schatten worden er aan opgeofferd, slechts enige lage lusten. Het is moeilijker, en daarom glorierijker, om een opstand in het eigen land te onderdrukken, dan om een inval van buitenlandse vijanden af te weren, ja zo groot is het gewin van de zachtmoedigheid, dat wij door haar meer dan overwinnaars zijn.