Spreuken 16:31
Het behoort de grote zorg te zijn van oude lieden, om op de weg van de gerechtigheid gevonden te worden, de weg van Godsdienst en ernstige Godsvrucht. Beide God en de mens zullen op die weg naar hen uitzien, men verwacht dat zij, die oud zijn, goed en Godvruchtig zijn, dat de veelheid hunner jaren hen de beste wijsheid zal leren, laat hen dus op die weg gevonden worden. De dood zal komen, de Rechter is komende, de Heere is nabij, laat hen, teneinde van Hem bevonden te worden in vrede, op de weg van de gerechtigheid gevonden worden, 2 Petrus 3:14, bevonden worden alzo doende, Mattheus 24:46. Laat oude lieden oude discipelen zijn, laat hen tot het einde volharden op de weg van de gerechtigheid, waarop zij reeds sedert lang begonnen zijn te wandelen, opdat zij er op gevonden mogen worden.
Indien oude lieden op de weg van de gerechtigheid gevonden worden, dan zal hun hoge leeftijd hun eer wezen. De ouderdom, als zodanig, is achtbaar en gebiedt achting, voor het grauwe haar zult gij opstaan, Leviticus 19:32, maar indien hij op de weg van de goddeloosheid wordt gevonden, is zijn eer verbeurd, zijn kroon ontheiligd, in het stof gelegd, Jesaja 65:20. Indien oude lieden dus hun eer willen bewaren, dan moeten zij nog vasthouden aan hun oprechtheid, en dan zal hun grijsheid hun in waarheid een kroon zijn, dan zijn zij dubbele eer waardig. Genade is de heerlijkheid van de ouderdom.