Spreuken 14:29
1. Zachtmoedigheid is wijsheid. Hij heeft een recht begrip van zichzelf en van zijn belang, van de zwakheden van de menselijke natuur en van de inrichting van de menselijke samenleving, die traag is tot toorn, lankmoedig is, de gebreken van anderen weet te verontschuldigen zo goed als zijn eigen, zijn toorn weet op te schorten en te matigen, zodat hij, al wordt hij ook nog zo geprikkeld of getergd, toch altijd zijn ziel in zijn lijdzaamheid kan blijven bezitten. Een zachtmoedig, geduldig man moet in werkelijkheid voor een verstandig man gehouden worden, een die geleerd heeft van Christus, die de wijsheid zelf is.
2. Ongebreidelde drift is een bekendmaking van dwaasheid, hij, die haastig is van gemoed, wiens hart tonder is voor iedere vonk van terging, dadelijk in vuur en vlam is, denkt zich hierdoor groot te maken, ontzag in te boezemen aan allen, die hem omringen, terwijl hij in werkelijkheid slechts zijn eigen dwaasheid verheft, hij maakt haar bekend zoals iets dat in de hoogte wordt geheven, voor allen zichtbaar is, en hij onderwerpt er zich aan als aan de regering van iemand, die verhoogd is.