Spreuken 16:3
Het is zeer begerenswaardig, dat onze gedachten bevestigd worden, niet geslingerd en verward zijn door ontrustende zorgen en angsten, voort te gaan in een gestadige wandel van eerlijkheid en Godsvrucht, door generlei gebeurtenis of verandering ontroerd of buiten ons evenwicht gebracht, de overtuiging te hebben dat alle dingen zullen medewerken ten goede en ten laatste goed zullen eindigen, en daarom altijd kalm en bezadigd te zijn.
Het enige middel om onze gedachten bevestigd te hebben is: onze werken op de Heere te wentelen. De grote belangen van onze ziel moeten van de genade Gods worden aanbevolen met een steunen op en onderworpenheid aan de leiding dier genade, 2 Timotheus 1:12, al onze uitwendige belangen moeten overgelaten worden aan de voorzienigheid Gods en aan de vrijmachtige, wijze en genadige beschikking dier voorzienigheid. Wentel uw werken op de Heere, wentel de last van uw zorg van uzelf af op God, leg door gebed Hem de zaak voor. Maak uw werken de Heere bekend, zo lezen het sommigen, niet slechts de werken uwer hand, maar de werkingen van uw hart, en laat dan alles door geloof en vertrouwen op Hem en onderworpenheid aan Hem, aan Hem over: de wil des Heeren geschiede. Als wij besluiten dat alles wat Gode behaagt, ons zal behagen, dan kunnen wij gerust zijn.