Spreuken 16:18
Hoogmoed zal vallen. Zij, die van een hogen geest zijn, die van zichzelf denken boven hetgeen betamelijk is, en met minachting neerzien op anderen, die met hun hoogmoed God beledigen en anderen ontrusten, zullen naar beneden worden gebracht, hetzij door hun verderf. Het is Gods eer om de hoogmoedigen te vernederen, Job 40:6-7. Het is de daad van de gerechtigheid, dat zij, die zich verheven hebben naar de diepte worden gebracht. Farao, Sanherib, Nebukadnezar zijn hier voorbeelden van geweest. De mensen kunnen de hoogmoed niet straffen maar zullen of bewonderen of vrezen, en daarom zal God het straffen ervan in Zijn eigen handen nemen. Laat het gerust aan Hem over om met trotse mensen te handelen.
Het gebeurt dikwijls, dat trotse mensen het hoogmoedigst en onbeschaamdst zijn even voor hun verderf, zodat het een stellig teken is, dat zij zich op de rand ervan bevinden. Als hoogmoedige mensen Gods oordelen trotseren, en zich op de grootste afstand ervan wanen, dan is het een teken dat die oordelen aan de deur zijn, getuige het geval van Benhadad en van Herodes. Zie ook Daniël 4:31. Laat ons daarom de hoogmoed van anderen niet vrezen, maar hem grotelijks vrezen in onszelf.