19. Die het gekijf liefheeft, heeft de overtreding lief, want de toorn des mensen doet niet wat recht is voor God (
Jakobus 1:20); a) die zijne deur verhoogt, in hovaardigheid zich een groter huis bouwt, zoekt de verbreking van het pas gebouwde huis en van zijn geluk.
a) Spreuken 16:18. 2 Koningen 14:10.
"Die zijne deur verhoogt, zoekt verbreking." Dit is thans nog letterlijk waar in het Oosten; maar of deze letterlijke verklaring de door den heiligen Schrijver bedoelde zij, laat zich moeilijk beslissen. Men zal zich herinneren, dat de Oosterse huizen geen front of gevel naar de straat hebben, doch dat de ingang van daar naar een voorhof leidt, waar, of in de nabijheid waarvan, in een ander voorhof, het front van het hoofdgebouw zich vertoont. Van daar dat men in de straat zelf weinig nopens de waarschijnlijke gestalte van het binnenste gebouw, of den rang en rijkdom van den bewoner kon ontwaren; meer echter van het uitwendig voorkomen der poort. Om dit te voorkomen, en alzo te beletten, dat de begeerlijkheid der machtigen niet door enig kenmerk van rijkdom en weelde worde opgewekt, en verbreking zoeke, dragen de rijkste lieden, behalve andere maatregelen, welke zij in het werk stellen, nauwkeurig zorg, dat hun poort hen niet verraadt, doordien zij minder laag en onaanzienlijk zijn, dan die van hun buren. Langs de straat gaande, blijken de deuren, meestal zonder onderscheid, een schamel voorkomen te hebben, als zijnde deze zeer laag, en ofschoon sterk, van ruw, ongeschilderd hout vervaardigd. Wanneer een reiziger lieden bezoekt, welke voor rijk en gegoed bij hem te boek staan, dan staat hij verwonderd, als men hem aan ene poort of deur brengt, welke hij in zijn eigen land voor ene stal of schuur te gering zou achten, waardoor hij tevens ten aanzien van zijn oordeel nopens den rijkdom en weelde, welke hij waarschijnlijk daar binnen zal aantreffen, al zeer slecht gestemd en voorbereid wordt. Des niettegenstaande zijn de Oosterlingen prat op uitwendige vertoning; en een gegoed man vergeet zich zelven wel eens zo ver, of heeft zoveel zelfvertrouwen, dat hij zijne deur verhoogt in een stijl, die de aandacht van ieder trekken moet. Zelden gebeurt het echter, dat het lang duurt, voor en aleer hij reden heeft, om te leren, dat hij door dit bedrijf zijne eigene verbreking (ondergang) heeft gezocht. In de stad Bagdad behoorde de enige verhevene deur of poort voor een bijzonder huis tot de woning van een zeer rijken Muzelman, die zoveel invloed in de stad had, dat hij dit vrijelijk naar buiten meende te mogen vertonen. Doch hij had zich vergist. Op zekeren dag door de straat rijdende, in welke hij woonde, sleepte men hem, dicht bij zijne deur, van zijn paard, en bracht hem op last van den Pacha, die zich terstond van al zijne bezittingen meester maakte, op de plaats zelf ter dood.