11. a) Ene rechte waag- en weegschaal zijn des HEEREN, zijn alzo heilig en goddelijk in hunnen aard, dat, wie in dit opzicht misdoet, ook tegenover God zelf misdoet: alle weegstenen des zaks, alle gewichten, die door de Hebreërs in enen zak of buidel werden bewaard, en daaruit als het nodig was, moesten genomen worden (
Micha 6:11), zijn Zijn werk, behoren tot de ordeningen Zijner schepping.
a) Leviticus 19:36. Deuteronomium 26:13, Spreuken 11:1,20; 10:23.
Stenen werden bij voorkeur, tot gewichten gebruikt, omdat zij niet zo licht afslijten en zelfs door hun onveranderlijkheid boven het ijzer zijn te verkiezen, omdat dit laatste aan roest onderhevig is. Omdat de Heere naar waag en weegschaal, dat wil zeggen naar de maat der gerechtigheid handelt en niet naar willekeur, daarom is Hem ook elke aardse maat geheiligd, en als Zijne onschendbare ordening te vereren. Ook in geestelijken zin kan in deze Spreukenuk de maat en het gewicht verstaan worden, namelijk als beelden van de naar de wetten der gerechtigheid uit te spreken vonnissen der koningen. (Hoofdstuk 8:16)..