Spreuken 10:23
Hier is:
1. De zonde bovenmate zondigende, het is voor een dwaas een lachen om kwaad te doen het is hem even natuurlijk en even aangenaam als het voor een mens is om te lachen. Goddeloosheid is zijn Izak, zo luidt hier het oorspronkelijke, zij is zijn genot en genoegen, hij verlustigt zich erin. Hij maakt van de zonde een zaak om te lachen. Als hij vermaand wordt om niet te zondigen, uit aanmerking van de wet van God en de openbaring van Zijn toorn tegen de zonde, maakt hij een grapje van die vermaning en belacht de drilling van de lans. Als hij gezondigd heeft, zal hij, inplaats van er om te treuren, er op roemen, bestraffingen bespot hij, en de overtuigingen van zijn eigen geweten lacht hij weg, Hoofdst. 14:9.
2. De wijsheid zeer wijs, want zij draagt het bewijs in zich van haar eigen voortreffelijkheid, het kan van haarzelve voorzegd worden, en dat is lof genoeg. Gij behoeft niets meer tot lof van een man van verstand te zeggen dan dit: "hij is een verstandig man, hij heeft wijsheid, hij is zo wijs om geen kwaad te doen, of, indien hij bij vergissing kwaad gedaan heeft dan is hij zo wijs van er niet mee te spotten, er geen grapje van te maken. Of, om de wijsheid goed als wijs te doen uitkomen, lees het aldus: Gelijk het als een spel is voor een dwaas om kwaad te doen, zo is het voor een man van verstand om wijsheid te hebben en het te tonen. Behalve nog het loon in de toekomende wereld heeft een Godvruchtige evenveel tegenwoordig genot in de beperkingen en beoefeningen van de Godsdienst, als zondaars voorwenden te hebben in de ongebondenheid en de genietingen van de zonde, ja veel meer en veel beter.