11. a) De hel en het verderf, de afgrond, waar het verderf woont (
Job 7:10 ;
26:6 26:6), alzo de plaats, die het verst verwijderd is van Zijn eeuwig zalig en heilig Wezen, zijn voor den alles doordringenden blik des HEEREN bloot en open; hoeveel te meer de harten b) van des mensen kinderen, ook van hen, die den rechten weg verlaten (
Hebreeën 4:13).
a) Job. 26:6. b) 2 Kronieken 6:30. Psalm 7:10; 44:22. Jeremia 17:9,10. Johannes 2:24,25; 21:17. Hand. 1:24.
De hel, de plaats des verderfs, met al de kwalen en kwellingen der onbekeerde geesten, zijn den Heere bekend; Hij doorschouwt alle schuilhoeken der boosheid, alle listige streken en de gedachten van millioenen geesten; hoe veel te meer uw nog in de perken van de zichtbare wereld ingesloten klein hart, met zijne nog alleen aardse wensen, verwachtingen, lusten en plannen! Zijne alwetendheid is wel in staat schijn van licht te onderscheiden, en de werkelijke gezindheid achter den bedrieglijken schijn te bemerken. Ook wanneer gij u Zijne beschikking en straf laat welgevallen, kent Hij toch den zich heimelijk daarin verbergenden haat, en het verborgene morren uwer ziel.
Er is niets zo diep of zo geheim, dat voor de ogen des Heren kan verborgen worden, hoe veel te minder de gedachten der mensen.
God weet alle dingen, zelfs die, welke voor de ogen van alle levende schepselen verborgen zijn. De hel en het verderf liggen bloot en open voor Hem. Hij ziet niet alleen alles, wat in het middelpunt der aarde is, of in de holen en verborgen hoeken der afgronden, maar ook het graf en alle de dode lichamen in hetzelve. Geen van deze is te zoeken of kan voor Hem verborgen zijn, als Hij ze allen ten leven zal roepen..
Zelfs de woningen der afgescheidene zielen zijn geopend voor Gods toezicht en onderzoek; hoeveel te meer doorzoekt Zijn oog de geheime schuilhoeken der ziel.) De slimste listen van den vorst der hel zijn geopend voor den Heere, en moeten in teleurstelling eindigen. Hoe kan dan de mens zijnen raad voor God verbergen?.