Spreuken 10:31-32
Hier, evenals tevoren, worden de mensen geoordeeld uit hun woorden, en naar die woorden zijn, zullen zij gerechtvaardigd of veroordeeld worden, Mattheus 12:37.
1. Het is beide het bewijs en de lof van iemands wijsheid, dat hij goed en verstandig spreekt. Een Godvruchtige zal in zijn gesprekken wijsheid voortbrengen tot nut en voordeel van anderen. God geeft hem wijsheid tot loon van zijn rechtvaardigheid, Prediker 2:26, en uit dankbaarheid voor die gave, en in gerechtigheid jegens de gever, doet hij er goed mede, en zo zal hij met zijn wijze en vrome gesprekken velen stichten. Hij weet wat welgevallig, wat aangenaam is, welke woorden en gesprekken Gode welbehaaglijk zijn, (want daarop legt hij zich meer toe dan om het gezelschap genoegen te doen) en wat beide aan de spreker en de hoorders aangenaam zal zijn, wat hem betaamt, en hun tot nut is, en dat zal hij spreken.
2. Het is de zonde, en zal het verderf wezen van een goddeloze, dat zijn gesprekken goddeloos zijn, gelijk hij zelf is. De mond van de goddelozen spreekt enkel verkeerdheid, wat mishaagt aan God, en tergend is voor hen met wie hij spreekt. En wat is er het gevolg van? Wel, de tong van de verkeerdheden zal uitgeroeid worden even gewis als de vleiende lippen afgesneden zullen worden, Psalm 12:4.