22. De goede, die met een oprecht hart voor God wandelt, zal zijner kinders kinderen zijne goederen doen erven; want zij zijn met God verkregen en door Hem gezegend; maar het tijdelijke vermogen a) des zondaars is voor den rechtvaardige b) weggeleid; Hem moet het ten laatste naar Gods ordening toevallen.
a) Job 15:29. b) Job 27:17. Prediker 2:26.
God zegent de vromen tot in het duizendste geslacht, en dat heeft zijne heerlijke toepassing op de geestelijke goederen, die naar geestelijke verwantschap werden geërfd. Die heden van het geloof van Abraham is, heeft de erfenis van Abraham en alle profeten, apostelen en martelaars. Daarentegen hebben de goddelozen nooit iets te wachten, ja hebben zelfs niets: want wat zij nog hebben, behoort alleen aan de godzaligen, aan wie alles gegeven is.. 23. Het ploegen der armen geeft, door Gods zegen, a) veelheid der spijze; al heeft hij soms maar een klein stukje land, dat hij met verstand en vlijt bearbeidt; maar b) daar is een soort van mensen, die hun bezitting verliezen, die verteerd wordt door gebrek van ervarenheid en oordeel, of omdat ze den huurlingen het loon onthouden.
a) Spreuken 12:11. b) Spreuken 18:9.
Wees dus met uwe armoede tevreden, en verricht den zwaren arbeid, waaraan zulke grote beloften verbonden zijn. Dat is in het lichamelijke waar, in het geestelijke nog meer, en in goddelijke dingen het meest; daarin werken alleen de geestelijke armen, en wel onder zuchten en zwoegen aan zaken, waaraan de wereld volstrekt gene waarde hecht. Zij vinden zeker geestelijke spijzen aan Gods tafel..
De wijze koning heeft dezulken op het oog, die alles, in elk geval het voornaamste, aan anderen overlaten, die meer verteren dan zij inkomen hebben en op dien weg voortgaan, en daarom straks eerst het hun moeten verpanden om het daarna aan vreemden geheel af te staan.