Spreuken 10:24-25
Hier wordt tot de rechtvaardigen gezegd, nogmaals gezegd dat het wel met hen zal wezen, en van de goddelozen: Wee hun, en deze worden tegenover elkaar geplaatst tot hun wederzijdse opheldering.
1. Het zal met de goddelozen zo slecht wezen als zij vrezen, en met de rechtvaardigen zo wel als zij slechts kunnen begeren.
a. Het is waar, de goddelozen ondersteunen zich soms in hun goddeloosheid met ijdele hoop en verwachtingen, waarin zij teleurgesteld zullen worden, maar op andere tijden kan het wel niet anders, of zij moeten gekweld worden door gegronde vrees, en die vrees zal hen overkomen, de God, die zij getergd hebben, zal in alle opzichten zo schrikkelijk zijn als zij zich Hem in hun angsten hebben voorgesteld. Uw verbolgenheid is naardat Gij te vrezen zijt, Psalm 90:11. Goddeloze mensen vrezen de straf van de zonde, maar zij hebben de wijsheid niet om nut te trekken uit hun vrees door te ontkomen, en zo zal hetgeen zij vrezen over hen komen, en hun tegenwoordige verschrikkingen zijn een voorsmaak van hun toekomstige pijniging.
b. Het is waar, ook de rechtvaardigen hebben soms hun vrees, hun angsten, maar hun begeerte is naar de gunst van God en gelukzaligheid in Hem, en die begeerte zal God geven. Naar hun geloof, niet naar hun vrees, zal hun geschieden, Psalm 37:4.
2. De voorspoed van de goddelozen zal spoedig een einde nemen, maar de gelukzaligheid van de rechtvaardigen zal nooit eindigen, vers 25. De goddelozen maken veel gedruis, jagen zichzelf en anderen voort als een wervelwind, die dreigt alles voor zich heen weg te vagen, maar als een wervelwind gaan zij spoedig voorbij, en wel voor altijd, zij zijn niet meer, allen om hen heen zijn gerust en blijde als de storm voorbij is, Psalm 37:10, 36, Job 20:5. De rechtvaardigen daarentegen maken geen vertoning, zij liggen verborgen gelijk een fondament, dat diep ligt en buiten het gezicht is, maar zij zijn vast in hun besluit om God aan te kleven, bevestigd in deugd, en zij zullen een eeuwige grondvest zijn, onwankelbaar goed, hij die heilig is, zal nog heilig zijn, en onwankelbaar gelukkig, zijn hoop is op een rots gegrond, en daarom niet geschokt door de storm, Mattheus 7:24. De rechtvaardige is de pilaar van de wereld, zo lezen het sommigen, de wereld bestaat om hunnentwil, het heilig zaad is er de substantie van.