Spreuken 10:29-30
Deze twee verzen hebben dezelfde strekking als die, welke er onmiddellijk aan voorafgingen, het geluk te kennen gevende van de Godvruchtigen en de ellende van de goddelozen, het is nodig dat dit ons worde ingeprent, omdat wij er zo afkerig van zijn om het te geloven en te bedenken.
1. Kracht en vastheid zijn verzekerd aan de oprechten. De weg des Heeren, de voorzienigheid Gods, de weg, waarop Hij tot ons komt is voor de oprechte sterkte, bevestigt hem in zijn oprechtheid. Al Gods handelingen met hem, handelingen van de genade en van de beproeving, dienen om hem op te wekken tot zijn plicht, hem moed in te boezemen onder rampen en beproevingen. Of, de weg des Heeren, de weg van de Godsvrucht, waarop Hij wil dat wij zullen wandelen is voor de oprechte sterkte, hoe vaster wij aan die weg houden, en hoe meer ons hart verruimd is om er op te wandelen, hoe beter wij geschikt zijn beide voor doen en voor lijden. Een goede consciëntie, rein gehouden van zonde, geeft een mens kloekmoedigheid in tijden van gevaar, en voortdurende naarstigheid in plichtsbetrachting maakt iemands werk licht en gemakkelijk in tijden van grote drukte, hoe meer wij voor God doen, hoe meer wij voor Hem kunnen doen, Job 17:9. Die blijdschap des Heeren, welke alleen gevonden wordt op de weg des Heeren, zal onze sterkte wezen, Nehemia 8:11, en daarom zal de rechtvaardige in eeuwigheid niet bewogen worden. Zij, die een bevestigde deugd hebben, hebben een bevestigden vrede, een geluk, dat hun door niets ontroofd kan worden, zij hebben een eeuwige grondvest, vers 25.
2. Verderf en verwoesting zijn de stellige gevolgen van goddeloosheid. De goddelozen zullen niet alleen het aardrijk niet beërven, hoewel zij er hun schat in opleggen, maar zij zullen de aarde niet eens bewonen, Gods oordelen zullen hen uitroeien, verstoring, snelle en zekere verwoesting, is voor de werkers van de ongerechtigheid, verwoesting van het aangezicht des Heeren en de heerlijkheid van Zijn macht. Ja meer, die weg des Heeren, die de sterkte is van de oprechten is vertering en verschrikking voor de werkers van de ongerechtigheid, hetzelfde Evangelie dat voor de een een reuk des levens is ten leven is voor de ander een reuk des doods ten dode dezelfde beschikking van Gods voorzienigheid zal de een vertederen en de ander verharden, Hosea 14:10.