Psalm 85:9-14
Wij hebben hier een antwoord op de gebeden en betogen, die in de vorige verzen vervat zijn.
I. In het algemeen is het een antwoord des vredes. De psalmist bemerkt dit spoedig, vers 9, want hij staat op zijn wachttoren om te horen wat God tot hem zal spreken, zoals de profeet, Habakuk 2:1, 2. Ik zal horen wat God, de Heere, spreken zal. Dit geeft te kennen:
1. Het tot bedaren brengen van zijn hartstochten, zijn smart, zijn vrees en de beroering in zijn binnenste. "Stel u gerust, o mijn ziel, ten einde in ootmoedig zwijgen op God te wachten. Ik heb genoeg gesproken, of reeds te veel, nu zal ik horen wat God zal spreken en Zijn heilige wil welkom heten, Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?" Als wij willen dat God zal horen wat wij in het gebed tot Hem zeggen, dan moeten wij bereid zijn om te horen wat Hij tot ons zegt in Zijn Woord.
2. Het opwekken van zijn verwachting. Nu hij in het gebed is geweest ziet hij uit naar iets zeer groots en zeer goeds van de God, die het gebed hoort. Als wij gebeden hebben, moeten wij onze gebeden nazien en op een antwoord wachten,
Merk hier op:
A. Wat het is, dat hij zich van God belooft in antwoord op zijn gebeden. Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken. Er is een volk in de wereld, dat Gods volk is, Hem is afgezonderd, aan Hem onderworpen is en door Hem behouden zal worden. Al Zijn volk zijn Zijn gunstgenoten, geheiligd door Zijn genade, toegewijd aan Zijn eer. Soms kan het gebeuren dat deze geen vrede hebben, als er van buiten strijd en van binnen vrees is, maar vroeg of laat zal God tot hen van vrede spreken. Indien Hij geen uitwendige vrede gebiedt, zal Hij toch inwendig van de vrede spreken tot hun hart door Zijn Geest, die Hij tot hun oren had gesproken door Zijn woord en Zijn dienstknechten, en hun vreugde en blijdschap doen horen.
B. Welk gebruik hij maakt van deze verwachting.
a. Hij neemt er de vertroosting van, en dat moeten ook wij: "Ik zal horen wat God de Heere zal spreken, de verzekeringen van vrede horen, die Hij geeft in antwoord op het gebed." Als God van vrede spreekt, dan moeten wij er niet doof voor zijn, maar hem met alle dankbaarheid en in ootmoed ontvangen.
b. Hij waarschuwt de heiligen om de plicht te doen, waartoe zij geroepen zijn, maar dat zij niet weer tot dwaasheid keren, want het is op die voorwaarden, en geen andere, dat vrede verwacht moet worden. Tot hen, en alleen tot hen, wordt van vrede gesproken, die zich afkeren van de zonde, maar indien zij er toe wederkeren, dan is het op hun gevaar. Alle zonde is dwaasheid, maar inzonderheid afval, het is grote erge dwaasheid om zich tot de zonde te keren nadat men er zich van scheen afgewend te hebben, er toe weer te keren nadat God van vrede heeft gesproken. God is voor de vrede, maar als Hij spreekt zijn de zodanigen voor krijg.
II. Hier zijn de bijzonderheden van dit antwoord des vredes. Hij twijfelt niet, of binnen weinig tijds zal alles wel wezen, en daarom geeft hij ons het lieflijk vooruitzicht van de bloeiende toestand van de kerk in de laatste vijf verzen van de psalm, die de vrede en de voorspoed beschrijven, waarmee God de kinderen van de gevangenschap ten laatste zegenen zal, als zij na veel moeite en veel beroering eindelijk weer in hun land gevestigd zullen zijn. Maar het kan ook genomen worden:
1. Als een belofte aan allen, die God vrezen en gerechtigheid werken, dat zij gerust en gelukkig zullen zijn.
2. Als een profetie van het koninkrijk van de Messias, en de zegeningen, waarmee dat koninkrijk verrijkt zal worden. Hier is:
A. Hulp nabij, vers 10. "Zeker, Zijn heil is nabij, ons nabij, meer nabij dan wij denken, het zal spoedig gewerkt zijn, hoe groot onze moeilijkheden en benauwdheden ook zijn, als Gods tijd gekomen is, en die tijd is niet meer ver." Als het getal van de tichelstenen verdubbeld wordt, dan komt Mozes. Het is nabij allen, die Hem vrezen, als benauwdheid nabij is, dan is het heil, de verlossing nabij, want God is krachtelijk bevonden een hulp in benauwdheden voor allen, die de Zijnen zijn, terwijl "het heil verre is van de goddelozen," Psalm 119:155. Dit kan gevoegelijk toegepast worden op Christus, de werker van het eeuwig heil. Het was de vertroosting van de Oud- Testamentische heiligen dat zij, hoewel zij het niet beleefden om de verlossing te zien in Jeruzalem, waarop zij wachtten, er toch zeker van waren dat zij nabij was en welkom zou wezen aan allen, die God vreesden.
B. Ere verzekerd. Opdat in ons land eer wone, opdat de aanbidding Gods onder ons gevestigd zij, want dat is de eer van een land. Als die weg is "Ichabod, de eer is weggevoerd", als zij blijft, dan blijft de eer. Dit kan zien op de Messias, die de eer, de heerlijkheid zou zijn van Zijn volk Israël, en gekomen is om onder hen te wonen, Johannes 1:14, om welke reden hun land Immanuelsland genoemd wordt Jesaja 8:8..
C. Zegeningen, genadegaven, elkaar ontmoetende en omhelzende, vers 11, 12 Goedertierenheid en waarheid, gerechtigheid en vrede kussen elkaar. Dit kan verstaan worden:
a. Van de verbetering des volks en van hun regering, waarin al deze genadegaven uitblinken. De regeerders en de geregeerden zullen allen goedertieren en waar zijn, rechtvaardig en vreedzaam-als er geen waarheid, geen goedertierenheid is, gaat alles ten verderve, Hosea 4:1, Jesaja 59:14, 15. Maar als deze elkaar ontmoeten in het bestuur van alle zaken, als deze bedoeld worden, als deze de wet geven, als er zo'n overvloed is van waarheid, dat zij uit de aarde spruit als gras, dat zij neerkomt als regen van de hemel, dan gaat alles goed. Als in iedere samenkomst goedertierenheid en waarheid elkaar ontmoeten, in iedere omhelzing gerechtigheid en vrede elkaar kussen, en de gewone eerlijkheid inderdaad gewoon en algemeen is, dan woont eer in een land, gelijk de zonde van heersende oneerlijkheid een schande is voor ieder volk.
b. Van het wederkeren van Gods gunst en de voortduur ervan. Als een volk tot God wederkeert en Hem aankleeft in een weg des plichts, dan zal Hij tot hen wederkeren en bij hen blijven in een weg van genade. Sommigen verstaan dit aldus: des mensen waarheid en Gods goedertierenheid, des mensen gerechtigheid en Gods vrede ontmoeten elkaar. indien God ons waar jegens Hem bevindt, waar jegens elkaar, waar jegens onszelf, dan zullen wij Hem goedertieren bevinden. Als wij van de gerechtigheid een gewetenszaak maken dan zullen wij de vertroosting hebben van vrede. Als de waarheid uit de aarde spruit, dat is zoals Dr. Hammond het verklaart uit het hart van de mensen, de geschikte grond voor haar om in te groeien, dan zal gerechtigheid, Gods goedertierenheid nederzien van de hemel zoals de zon op de wereld, als zij haar invloeden uitstort over de voortbrengselen van de aarde en ze koestert
c. Van de harmonie van de Goddelijke eigenschappen in de onderneming van de Messias. In Hem, die beide ons heil en onze eer is, ontmoeten goedertierenheid en waarheid elkaar. Gods goedertierenheid en waarheid, en Zijn gerechtigheid en vrede hebben elkaar gekust, dat is: de grote zaak van onze verlossing is zo goed beraamd, dat God arme zondaars genadig kan wezen en vrede met hen kan hebben, zonder onrecht te doen aan Zijn waarheid en gerechtigheid. Hij is waar in Zijn bedreigingen en rechtvaardig in Zijn regering, en toch is Hij zondaren genadig, en neemt Hij hen op in Zijn verbond. Christus brengt als Middelaar hemel en aarde weer tot elkaar, die de zonde onenig had gemaakt, door Hem spruit waarheid uit de aarde die waarheid, welke God eist in het binnenste, en dan ziet gerechtigheid neer van de hemel want God is rechtvaardig, en rechtvaardigt degenen, die uit het geloof van Jezus zijn, of wel het geeft te kennen dat in het koninkrijk van de Messias deze genadegaven zullen bloeien en overal zullen heersen.
D. Grote overvloed van alles wat begerenswaardig is, vers 13. Ook zal de Heere het goede geven, alles wat Hij goed acht voor ons, alle goed komt van Gods goedheid, en als goedertierenheid, waarheid en gerechtigheid een soevereinen invloed uitoefenen op het hart en het leven van de mensen, dan kan alle goed worden verwacht. Indien wij aldus "de gerechtigheid van Gods koninkrijk zoeken, dan zullen alle andere dingen ons toegeworpen worden" Mattheus 6:33. Als de eer van het Evangelie in ons land woont dan zal het zijn vrucht geven want de voorspoed van de ziel zal of uitwendige voorspoed medebrengen, of er het gebrek aan verzoeten, Psalm 67:7.
E. Een onfeilbare leiding op de rechte weg, vers 14. De gerechtigheid van Zijn belofte die Hij ons gedaan heeft, ons verzekerende van gelukzaligheid, de gerechtigheid van de heiligmaking, het goede werk, dat Hij in ons gewrocht heeft, zullen voor Zijn aangezicht henengaan om zijn weg te bereiden, beide om onze verwachtingen van Zijn gunst op te wekken en ons ervoor bevoegd en geschikt te maken, en zij zal ook voor ons aangezicht henengaan en onze gids wezen om ons op de weg van Zijn voetstappen te zetten, dat is, om onze hoop aan te moedigen en onze praktijk te leiden, opdat wij zullen uitgaan om Hem te ontmoeten, als Hij in de weg van de genade tot ons komt. Christus, de zon van de gerechtigheid, zal ons tot God brengen en ons op de weg stellen, die tot Hem henenleidt. Johannes de Doper, een prediker van de gerechtigheid, zal voor Christus henengaan om Zijn weg te bereiden. Gerechtigheid is een veilige gids beide om God te ontmoeten en om Hem te volgen.