Psalm 20:7-10
I. Hier zien wij David zelf juichen en zich verblijden in zijn delen in de gebeden van de Godvruchtigen, vers 7. Alsnu weet ik, ik die de psalm schrijf, weet het dat de Heere Zijn gezalfde behoudt, omdat Hij het hart van het zaad van Jakob opgewekt heeft om voor hem te bidden." Het is voor vorst en volk een goed teken als God de geest van het gebed over hen uitstort. Als Hij ziet dat wij Hem zoeken dan zal Hij van ons gevonden worden, als Hij ons doet hopen op Zijn woord, dan zal Hij Zijn woord aan ons bevestigen. Nu zovelen die invloed hebben in de hemels voor hem bidden, twijfelt hij niet of God zal hem verhoren en hem een antwoord des vredes geven dat:
1. Van boven zal komen, Hij zal hem verhoren uit de hemel van Zijn heiligheid, waarvan het heiligdom een type was.
2. Uitwerking doen hier beneden. Hij zal hem verhoren met de behoudende kracht van Zijn rechterhand, vers 7. Hij zal een werkelijk antwoord geven op de gebeden van zijn vrienden voor hem, niet door een brief of een mondelinge boodschap, maar door hetgeen veel beter is: door Zijn rechterhand, door de behoudende en reddende kracht van zijn rechterhand. Hij zal het doen blijken dat Hij hem verhoort door hetgeen Hij voor hem doen zal.
II. Zijn volk, juichende in God en in hun betrekking tot Hem, en in Zijn openbaring van Zichzelf aan hen, waardoor zij zich onderscheiden van hen, die zonder God in de wereld leven.
1. Zie het verschil tussen wereldse mensen en Godvruchtige mensen in hetgeen, waarop zij vertrouwen, vers 8. De kinderen van deze wereld vertrouwen op ondergeschikte oorzaken, en denken dat alles wel is indien deze hun slechts gunstig zijn, zij vertrouwen op paarden en wapens, en hoe meer zij van deze te velde kunnen brengen, zoveel zekerder zijn zij van voorspoed in de strijd. Waarschijnlijk had David hier het oog op de Syriërs, wier strijdmacht merendeels bestond uit wagens en ruiters, zoals wij bevinden in de geschiedenis van Davids overwinningen over hen, 2 Samuël 8:4, 10:18. "Maar," zeggen de Israelieten, wij hebben wagenen noch paarden om op te vertrouwen, ook hebben wij die niet nodig, en al hadden wij ze ook, wij zouden toch daar onze hoop van voorspoed niet op vestigen, maar wij zullen vermelden de naam van de Heere onze God, steunen op die naam en op de betrekking, waarin wij tot Hem staan als de Heere onze God, en de kennis, die wij van Hem hebben door Zijn naam, dat is al hetgeen waardoor Hij zich bekendmaakt: dat zullen wij vermelden, en de herinnering eraan zal ons aanmoedigen. Zij, die God en Zijn naam tot hun lof maken, kunnen God en Zijn naam tot hun vertrouwen stellen.
2. Zie het verschil in de uitkomst van hun vertrouwen, en daarnaar moeten wij over de wijsheid van de keus oordelen. De dingen zijn wat zij blijken te zijn. Zie wie beschaamd zullen worden in hun vertrouwen, en wie niet, vers 9. "Zij, die op hun wagenen en paarden vertrouwen, worden naar beneden gebracht, ze vallen, en hun wapenen en paarden hebben hen zo weinig gered, dat zij integendeel bijgedragen hebben om hen ter neer te werpen, hen tot een zoveel gemakkelijker en rijker prooi te maken van de overwinnaar, 2 Samuël 8:4. Maar wij, die vertrouwen op de naam van de Heere onze God, zijn niet slechts staande gebleven, maar gerezen, hebben veld gewonnen op de vijand, en over hem getriomfeerd." Een gelovig, gehoorzaam vertrouwen op God en Zijn naam is het zekerste middel tot verhoging en bevestiging om te rijzen en overeind te staan, en dit zal ons van dienst zijn als het schepsel faalt, die er op vertrouwen. I. Zij besluiten hun gebed voor de koning met een schenk de koning de overwinning Heere vers 10. Gelijk wij dit vers lezen, kan het genomen worden als een gebed, dat God de koning niet alleen zal zegenen, "Behoud, Heere, geef hem voorspoed, maar hem een zegen zal maken voor hen. Laat de koning ons horen als wij tot hem roepen om gerechtigheid en genade." Zij, die goeds van hun overheden willen hebben, moeten aldus voor hen bidden, want evenals alle andere schepselen, zijn zij datgene voor ons en niets meer wat God hen voor ons maakt. Of het kan zien op de Messias, die Koning van de koningen, "laat Hem ons horen, als wij tot Hem roepen" laat Hem tot ons komen, overeenkomstig de beloften, op de bestemde tijd, laat Hem onze gebeden Zijn Vader aanbieden Vele taalgeleerden geven echter een andere lezing aan dit vers, door de komma te verplaatsen: Heere, behoud de koning, en hoor ons als wij roepen, en dan is het de korte inhoud van de gehele psalm en zo is het opgenomen in de Engelse liturgie. O Heere, behoud de koning, en wil ons genadiglijk verhoren als wij tot U roepen.
Bij het zingen van deze verzen moeten wij onszelf aanmoedigen om op God te vertrouwen en onszelf opwekken om, naar wij gehouden en verplicht zijn, veel te bidden voor hen, die over ons gesteld zijn, opdat Wij onder hen een stil en gerust leven leiden mogen in alle Godzaligheid en eerbaarheid.