5. Looft Hem met hel klinkende cimbalen! looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid, met luidtonende cimbalen (
Numeri 10:7,
1 Kronieken 25:31 )!
Tien malen vinden wij in de vorige en in deze afdeling de opwekking: "Looft den Heere," dat is niet zonder betekenis, want tien is het getal van afronding, van volmaking, van al wat mogelijk is (Genesis 31:7 ). Men heeft nu ook beproefd tienderlei werktuigen van Gods lof te vinden, waardoor zou aangewezen zijn, dat niets aan de volmaaktheid van zulk een lof mocht ontbreken; er zijn slecht acht instrumenten genoemd, en men zou alzo ook de reien in Vers 4 en de stem tot het zingen in Vers 6 er bij moeten nemen..
De heilige zanger roept hier derhalve ook de toonkunst op om des Heren heiligen Naam te dienen.
Ook de toonkunst moet dienstbaar zijn en gemaakt worden aan de verheerlijking van den Drieënigen God.
De muziek is ene heerlijke en kostelijke gave Gods, maar dan alleen bereikt zij haar doel, als zij aangewend wordt tot verheerlijking van Hem, die deze gave schonk.
Helaas, dat door `s mensen afval van zijn God, ook zij zo dikwijls misbruikt wordt in den dienst der wereld en ter ontheiliging van Godes Naam.
Wie echter door Gods wondere goedheid en Zijne bijzondere genade den dienst der wereld heeft leren vaarwel zeggen, zal er ook naar staan, dat de muziek weer worde gebruikt in den dienst en tot ere van Hem, die waardig is te ontvangen, niet alleen in den hemel maar ook op de aarde, de lof en prijs en heerlijkheid.
6.
III. Vers 6. De oproeping, in die vorige afdeling voornamelijk tot Israël gericht, wordt nu algemeen en komt tot alle wezens, die, door God met een levenden adem (Genesis 2:7) begiftigd zijn, d.i. tot de gehele mensheid.