Psalm 133:1-3
1. Zie hier wat geprezen en aanbevolen wordt: broeders, die in eensgezindheid samenwonen, niet alleen niet twistende, elkaar niet verslindende, maar zich verlustigende in elkanders genegenheid, en door wederzijdse diensten elkanders welvaren bevorderende. Soms verkiest men als het beste middel om vrede te houden, om broeders ver van elkaar te doen wonen, dat kan ook wezenlijk vijandschap en strijd voorkomen, Genesis 13:9, maar het goede en lieflijke is voor broeders, die samenwonen, en aldus in eenheid te wonen, te wonen alsof zij een waren, zo lezen het sommigen, alsof zij slechts een hart, een ziel, een belang hadden. David had vele zonen bij vele vrouwen, waarschijnlijk heeft hij deze psalm geschreven tot hun onderricht, om hen in liefde aan elkaar te verbinden, en indien zij het gedaan hadden zou veel van het kwaad, dat in zijn gezin ontstond, gelukkig voorkomen zijn. De stammen Israëls hebben gedurende lange tijd afzonderlijke belangen gehad in de tijd van de Richteren, en dit had dikwijls kwade gevolgen, maar nu zij verenigd waren onder een algemeen hoofd, wilde hij hen doen beseffen hoe voordelig dit waarschijnlijk voor hen zijn zou, inzonderheid nu de ark op een bepaalde plaats gevestigd was, en daarmee de algemene verzamelplaats voor hen was aangewezen voor de openbare eredienst, en het middelpunt hunner eenheid. Laat hen dan nu in liefde wonen.
2. Hoe loffelijk en aanbevelenswaardig het is, hoe goed en lieflijk het is Het is goed op zichzelf, in overeenstemming met de wil van God, het is de gelijkvormigheid van de aarde met de hemel. Het is goed voor ons, voor onze eer en onze behaaglijkheid, het is aangenaam en welbehaaglijk aan God en alle goede mensen, het schenkt voortdurend genot aan hen, die aldus in eensgezindheid leven. Ziet, hoe goed! Wij kunnen het goede en lieflijke er van bevatten noch uitdrukken. Ziet, het is iets zeldzaams, en daarom iets bewonderenswaardigs. Ziet en verwondert u dat er nog zoveel goeds en lieflijks is onder de mensen, zoveel van de hemel op deze aarde. Ziet, het is als iets beminnelijks, dat ons hart aantrekt. Ziet, het is een voorbeeldig iets, dat, waar het is, met een heilige wedijver door ons nagevolgd moet worden.
3. Hoe het lieflijke ervan duidelijk gemaakt wordt.
A. Het is geurig als de heilige zalfolie, die zeer welriekend was gemaakt en tot groot genot van de omstanders haar geuren verspreidde als ze uitgestort werd op het hoofd van Aaron of van de hogepriester, zijn opvolger, en wel zo overvloedig, dat zij van zijn gelaat afdroop op de kraag van zijn kleed, vers 2..
a. Dit was heilige zalf, en zo moet onze broederlijke liefde zijn, met een rein hart toegewijd aan God. Wij moeten liefhebben die uit God geboren zijn, om diens wil, die geboren heeft, 1 Johannes 5:1.
b. Deze zalf bestond uit een mengsel, naar Goddelijk voorschrift samengesteld, God heeft er de bestanddelen en de hoeveelheid van bepaald. Zo wordt de gelovigen geleerd God en elkaar lief te hebben, het is een genade, die Hij in ons werkt.
c. zij was zeer kostbaar, en mocht niet voor gewoon gebruik bereid worden. Zo is heilige liefde in de ogen Gods van grote waardij, en datgene is in waarheid kostbaar en kostelijk hetwelk dit is in de ogen Gods. d. Zij was aangenaam, beide aan Aaron zelf en aan degenen die om hem heen waren, en aldus is heilige liefde, zij is als olie en reukwerk, die het hart verblijdt. Christus liefde voor de mensheid was een deel van die vreugdeolie, waarmee Hij gezalfd was boven Zijn medegenoten.
e. Aaron en zijn zonen werden niet toegelaten om voor het aangezicht des Heeren te dienen, voor zij met deze zalfolie gezalfd waren, en onze diensten zijn Gode niet welbehaaglijk zonder deze heilige liefde indien wij haar niet hebben, dan zijn wij niets 1 Corinthiers 13:1, 2.
B. Het is vruchtdragend, het is nuttig zowel als aangenaam, het is gelijk de dauw, het brengt overvloedige zegeningen mede, zo talrijk als dauwdroppels. Het koelt de verschroeiende hitte af van der mensen hartstochten, zoals de avonddauw de lucht afkoelt en de aarde verkwikt. Het draagt zeer veel bij tot onze vruchtbaarheid in alles wat goed is, het bevochtigt het hart, maakt het week en geschikt om het goede zaad des Woords te ontvangen, zoals in tegenovergestelde zin kwaadheid en ledigheid ons ongeschikt maken om het te ontvangen, 1 Petrus 2:1. Het is gelijk de dauw van Hermon, een gewone berg, want broederlijke liefde is de schoonheid en het voordeel van de burgerlijke maatschappij, en die nederdaalt op de bergen van Zion, een heilige berg, want het draagt zeer veel bij tot de vruchtbaarheid van de Godsdienstige samenleving. Beide Hermon en Zion zullen verdorren zonder deze dauw. Van de dauw wordt gezegd, dat hij "naar geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt," Micha 5:6. En onze liefde tot onze broederen moet niet wachten op de hunne voor ons, dat is tollenaarsliefde, maar moet haar voorkomen, dat is Goddelijke liefde.