Psalm 126:1-3
I. Zolang het volk van Israël gevangen was in Babel, waren hun harpen aan de wilgen gehangen, want toen riep God hen tot geween en tot rouwklage, maar nu hun gevangenis gewend is, nemen zij de harpen wederom ter hand, Gods voorzienigheid speelde voor hen op de fluit, en zij hebben gedanst. Aldus moeten wij ons regelen naar al de beschikkingen van Gods voorzienigheid en er door getroffen zijn. En nooit zijn de harpen meer welluidend gestemd, dan nadat zij om zo treurige reden in onbruik zijn gekomen. Als de zegen lang ontbeerd werd, is hij zoveel lieflijker als hij tot ons wederkeert. Hier is:
1. De verlossing, die God voor hen gewerkt had: Hij had de gevangenen Zions wedergebracht. Het is mogelijk dat Zion in gevangenschap is tot straf van haar ontaarding, maar haar gevangenis zal wedergebracht worden als aan het doel is beantwoord. Om redenen van staat heeft Cyrus vrijheid uitgeroepen voor Gods gevangenen, en toch was het het doen des Heeren, overeenkomstig het woord, dat Hij vele jaren tevoren gesproken had. God heeft hen in gevangenschap gezonden, niet zoals schuim in het vuur wordt geworpen om het te verteren, maar als goud om gelouterd te worden.
Merk op: de vrijlating van Israël wordt het wederbrengen van de gevangenschap Zions genoemd, van Zion, de heilige berg, waar Gods tabernakel en woning waren, want de wederherstelling van hun heilige belangen en de herleving van de openbare eredienst waren de grootste voordelen van hun terugkeer uit de gevangenschap.
2. De aangename verrassing, die dit voor hen was. Zij waren er verbaasd over, het kwam zo plotseling, dat zij er in het eerst door in verwarring kwamen, niet wetende wat er van te denken noch wat er de strekking van was. "Wij achtten ons als mensen, die dromen, wij dachten dat de tijding te kostelijk was om waar te kunnen zijn, en begonnen er aan te twijfelen of wij wel wakker waren, of het niet nu nog was," zoals het soms voor de profeten geweest is een voorstelling ervan in visioen, en niets meer, zoals Petrus het voor een wijle dacht van zijn bevrijding, Handelingen 12:9. Soms wordt het volk van God aldus voorkomen met de zegeningen van Zijn goedheid eer zij het weten. Wij waren als degenen, die tot gezondheid zijn wedergekeerd, aldus Dr. Hammond, zo'n heerlijke aangename verandering was het voor ons, wil dachten ons in een nieuwe wereld. En de verrassing ervan bracht hen in vervoering van vreugde, zodat zij zich nauwelijks konden inhouden, binnen de palen van de welvoeglijkheid konden blijven, als zij er uitdrukking aan wilden geven. Onze mond werd vervuld met lachen en onze tong met gejuich. Aldus gaven zij lucht aan hun blijdschap, gaven zij eer aan hun God deden zij kond aan allen die rondom hen waren van de wonderen, die God voor hen gewrocht had. Zij, om wie men gelachen had, lachten nu zelf, een nieuw lied is in hun mond gegeven. Het was een lachen van blijdschap in God, niet van spotternij met hun vijanden.
3. De nota, die hun naburen ervan genomen hebben: men zei onder de heidenen, Jehovah, de God Israëls, heeft grote dingen gedaan voor dat volk, zoals onze goden niet voor ons kunnen doen. De heidenen hadden hun ramp opgemerkt, en er in gejuicht, Jeremia 22:8, 9, Psalm 137:7. Nu konden zij wel niet anders dan hun verlossing zien en haar bewonderen. Het deed eer komen over hen, die gesmaad en veracht waren geworden, en gaf hun een voornaam aanzien, en behalve dat, het strekte ook grotelijks tot eer van God, en ontwrong aan hen, die andere goden oprichten in mededinging met Hem, de erkenning van Zijn wijsheid, macht en voorzienigheid.
4. De erkenning, die zij zelf ervan deden vers 3. De heidenen waren slechts toeschouwers, en spraken er alleen van als van een nieuwstijding, zij hadden part noch deel aan de zaak, maar het volk van God sprak ervan als er in delende.
A. Met toepassing. "Hij heeft grote duigen voor ons gedaan, dingen, waar wij belang bij hebben, en het voordeel van erlangen." Zo is het troostrijk te spreken van de verlossing, die Christus gewrocht heeft, voor ons gewrocht heeft, die mij lief heeft gehad en zich voor mij heeft overgegeven.
B. Met aandoening, dies zijn we verblijd. De heidenen waren er verbaasd over, en sommigen vertoornd, maar wij zijn verblijd. Terwijl Israël afhoereerde van God, was het hun verboden zich te verblijden, Hosea 9:1, maar nu de ongerechtigheid van Jakob uitgezuiverd was door de gevangenschap, en hun zonde was weggenomen, nu maakte God dat zij zich verblijdden. Het is het berouwhebbende volk, het volk, dat zich bekeert en betert, dat het zich verblijdende volk is en zijn zal.
Merk hier op:
a. Gods verschijningen voor Zijn volk moeten beschouwd worden als grote dingen.
b. God moet beschouwd worden als de werker van al de grote dingen, die voor de kerk gedaan worden.
c. Het is goed om op te merken hoe de verlossingen van de kerk voor ons zijn, opdat wij er ons in kunnen verblijden.