18. Opdat u eet het vlees van de koningen en het vlees van de oversten over duizend (vgl.
Hoofdstuk 6:15;
13:16) en het vlees van de sterken en het vlees van de paarden en van degenen die daarop zitten, en het vlees van alle mensen zonder onderscheid van stand en ouderdom, zowel van vrijen en dienstknechten en kleinen en groten (
Ezechiel 39:4,
17:20).
Waar zo'n Koning in de strijd gaat, daar kan de uitslag niet twijfelachtig zijn; deze gedachte wordt voorgesteld door het beeld van de engel, die in de zon staat en reeds voordat de slag heeft plaats gehad alle vogels onder de hemel samenroept tot het dodenmaal.
De antichrist ontwikkelt zijn hele macht; maar het antigoddelijke is juist op zijn hoogte, op het toppunt van zijn stoffelijke en geestelijke machtsontwikkeling, toch slechts een opgepronkt lijk, een rottend ras, waarom de arenden zich moet in vergaderen.
Dit ontzettend maal, waartoe de engel de vogels van de hemels nodigt, is de keerzijde tot de maaltijd van het Lam, waarvan in Vers 9 werd gesproken. Zij, die de nodiging daartoe versmaden, zullen er zich niet aan kunnen onttrekken voedsel te worden voor die ontzettende maaltijd.
Na Christus' terugkomst is de overwinning over het leger van de antichrist snel voleind, zo snel, dat hun lichamen, reeds voor zij gestorven zijn, de gieren en arenden tot een aas worden overgegeven. De engel staat in de zon, dus in het midden van het hemelruim, in het verhevenste punt en roept de roofvogels, die in de hoogste luchtgewesten rondzweven toe, dat zij zich tot de grote maaltijd van God vergaderen zullen. Deze uitnodiging van de roofdieren staat ook bij Ezechiel 39:17-20 te lezen, waar het leger van Gog of de antichrist aan het gulzig gevogelte wordt prijs gegeven. De profeet noemt de enkele klassen in zijn profetische beeldspraak op en zegt: "Eet vlees en drink bloed, vlees van helden zult u eten en bloed van de vorsten van de aarde zult u drinken, rammen en lammeren en bokken en varren, die allen op het gebergte Bazan zijn vetgemest. En u zult het vette vee eten tot verzadiging toe en het bloed drinken tot dronken wordens toe, van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb. En u zult verzadigd worden aan Mijn tafel aan ros en ruiter, aan helden en krijgslieden, spreekt de Heere Heere. " Deze voorspelling is juist dezelfde, die wij hier aantreffen en heeft betrekking op de antichrist of op Gog en zijn leger. De Gog en Magog, die Johannes na het duizendjarig rijk tijdens de laatste opstand noemt, is slechts een opvolger van deze Gog. De ander wordt door het vuur van de hemel verteerd (20:9), zodat er voor de roofvogels niets meer overblijft; deze kan hier zo niet bedoeld zijn. De optelling door de engel van personen van verschillenden rang beantwoordt ook aan die, die wij in het zesde zegel vinden (Openbaring 6:11), waar insgelijks bij wijze van voorbeeld van de antichrist gesproken wordt. Deze roofvogels zullen inderdaad iets tot voedsel krijgen, maar over het algemeen zal men de lijken zo snel mogelijk begraven; het prijsgeven van hun lichamen aan de vogels is slechts een honende brandmerking, hun stoffelijk hulsel na de dood weggelegd; wat zij de lijken van de martelaren hebben aangedaan, wordt aan hun lichamen vergolden.
Een paard is een schoon, levendig, moedig, strijdbaar dier. Het zitten op het paard geeft te kennen, majesteit (Zacharia 10:3), strijdbaarheid (Job 39:22, 27), snelheid (Jeremia 4:13). De witheid van het paard wijst aan zuivere heiligheid Vers 8, en overwinning (Mattheus 28:3). Dus wordt de Heere Jezus aan Johannes, die in vertrekking van de zinnen was, in een gezicht, als in de geopende hemel, vertoond zoals de benaming en het werk te kennen geven: Hij is getrouw aan Zijn Kerk. Hij zorgt voor haar. Hij verlaat haar nooit. Hij staat haar bij en helpt haar. Hij is waarachtig. Hij belooft in oprechtheid en volvoert het in standvastigheid. Hij is de rechtvaardige Rechter van de hele aarde, Hij ziet alles door en door en vergeldt een ieder naar zijn werken. Het is recht bij Hem, verdrukking te vergelden die verdrukken en die verdrukt worden verkwikking. Hij is een krijgsman, niemand kan tegen Hem bestaan, als Hij verscheurt, zo kan niemand redden, het is vreselijk in Zijn handen te vallen. Dat is Hij, alwetend, ontzaglijk voor de Zijnen en vreselijk voor de vijanden. Hij heeft de macht en heerschappij over alles, als de Koning der koningen. Hij is de onbegrijpelijke Heere, die geen mens gezien heeft of zien kan, Zich bedekkend zelfs met het licht door de onverdraaglijke stralen als met een kleed. Hier wordt niet gesproken van het laatste oordeel, maar van een strijd, die nog lang vóór het laatste oordeel zou voorvallen te Armagéddon, waarvan in de zesde schaal (Hoofdstuk 16:16) gesproken wordt. De legers, zo genoemd wegens hun menigte, waren niet eigenlijk in de hemel, maar zij werden in een gezicht aan Johannes in de geest zijnde, in de hemel vertoond; niet in de hemel zou deze strijd voorvallen maar op de aarde. Het waren geen legers van engelen naar van mensen, die met de Heere Jezus tegen de antichrist zouden strijden en een grote slachting van mensen zouden zien. Zij waren, zoals hun koning, in het wit, dat te kennen geeft, niet alleen de rechtvaardigheid van de zaak van tegen de antichrist te strijden en de overwinning van hem, maar ook van hun oprechtheid in geloof, hoop en liefde door en in Christus. Deze legers volgden hun Koning, begaven zich niet op een andere weg, maar hielden zich bij Hem, vertrouwden op Hem en pasten op Zijn wenk in deze strijd en streden voor Hem al biddend, al belijdend, al vechtend. Deze worden Hoofdstuk 17:14 genoemd de geroepenen, de uitverkorenen, de gelovigen. Zijn wapenen waren: zwaard, ijzeren roede, wijnpersbak, De legers deden niets, dan op bevel van hun Koning, die met Zijn mond bevel gaf om de antichrist en zijn aanhang door Zijn Woord, dat door het tweesnijdend zwaard hier te kennen wordt gegeven, te overwinnen. De oversten plegen ijzeren staven te hebben, waar aan de opperste een bal was rondom vol diepe kepen, waardoor al wat het raakte verpletterd werd. De ijzeren roede betekent de onweerstaanbare sterkte (Ezechiel 21), waardoor Hij de antichrist zal vermorzelen als een pottenbakkers vat (Psalm 2:9). Zoals de afgesnedene trossen druiven in een grote kuip geworpen en door de voeten van de mensen aan stukken getreden worden, zo zou het met de heidenen, de antichrist en zijn aanhang gaan. Zij zouden door de toorn en de gramschap van God als druiven verpletterd worden, waaruit geen wijn, maar mensenbloed in grote menigte zou vloeien. In dit grote oordeel zou de Heere Jezus Zijn grote macht vertonen, die Hem gegeven was in hemel en op aarde. Het zou duidelijk blijken, dat Hij de koning der koningen en de Heere der heren is; het zou zijn tot verschrikking van de vijanden en tot blijdschap en ontzag van Zijn kinderen. Zoals een koning te veld gaande en te paard rijdende, verschrikkelijk en ontzaglijk is door zijn koninklijk gewaad, op zijn kleed, dat over de dijen hangt, een aanzienlijk geborduurd teken hebbende wie hij is. Op zo'n wapenrusting van zulke koning kan niet anders dan de uiterste verwoesting van zijn vijanden volgen. In de zon te staan en te staan in de stralen van de zon, dat is duidelijk en openbaar voor de dag komen, zodat men door een ieder kan gezien worden. Het zinnebeeld is een engel, hetzij alleen aankondigende aan Johannes, en door hem aan ons, de grote verwoesting van de antichrist, na Rome's ondergang zijn uiterste kracht weer ingespannen hebbend, hetzij ook verbeeldende leraren, die met het licht van de Heere Jezus, de Zon der gerechtigheid, bestraald zijnde en de waarheid van de profeten verstaande, het volk van God in die tijd als de antichrist allen zou samenbrengen, tegen de Kerk, zouden aanmoedigen, dat zij niet te vrezen hadden voor zijn grote toeleg, omdat het maar zou zijn tot zijn eigen verwoesting. Deze engel nodigt alle vogels van de hemel te gast, waardoor eigenlijk gezegde vogels verstaan worden en daardoor wordt te kennen gegeven een overgrote slachting van mensen en paarden, zodat het land met dode lichamen vervuld zou worden, die op aarde zouden blijven liggen en ten prooi van al het wild gedierte en gevogelte zowel in versmading onbegraven blijven liggen als het gemene volk (1 Samuël 17:46 Ezechiel 39:17).
Men vindt hier de bespotting van alle vijandelijke pogingen tegen Hem en Zijn Kerk, de grootste, algemeenste en schrikkelijkste van alle neerlagen van de vijanden en eindelijk de zekere en voorafgaande bekendheid zelfs bij de vijanden, die, als Jezus op de wolken zal verschijnen, uit vrees zullen wegvluchten.