Openbaring 19:5-10
Nu de zegezang geëindigd is, vangt een huwelijkslied aan, vers 6. Merk hier op:
I. De overeenstemming der hemelse muziek. Het koor was groot en luide: Een grote schare, en als een stem veler wateren en als een stem van sterke donderslagen. God is vreeslijk onder de lofzangen. Er is geen wanklank in den hemel, de morgensterren zingen tezamen, geen toon gaat vals, alles is zuivere en volmaakte muziek.
II. De aanleiding tot dit lied: de regering en heerschappij van den almachtigen God, die de gemeente heeft gekocht met Zijn eigen bloed, en die nu gereed staat haar openlijk ten huwelijk te nemen. De bruiloft des Lams is gekomen, vers 7. Sommigen menen dat dit slaat op de bekering der Joden, welke zij geloven dat op den val van Babylon volgen zal, anderen passen het toe op de algemene opstanding, het eerste schijnt het waarschijnlijkste te zijn.
1. Wij hebben hier ene beschrijving van de bruid, hoe haar voorkomen was: niet in vrolijke, opzichtige kleding als de moeder der hoererijen, maar in rein en blinkend fijn lijnwaad, de rechtvaardigmakingen der heiligen, in de lange gewaden van de rechtvaardigheid van Christus, gegeven ter rechtvaardigmaking en ingeplant ter heiligmaking, het witte kleed van vergeving, aanneming en vrijmaking, en van reinheid en algehele heiligheid. Zij had hare klederen gewassen en wit gemaakt in het bloed des Lams, en haar bruidstooi had zij niet gekocht voor enigen prijs van haar zelve, maar ontvangen als gave en geschenk van haar gezegenden Heere. De bruiloft, welke, ofschoon niet in bijzonderheden omschreven gelijk in Mattheus 22:4, gezegd wordt allen gelukzalig te maken, die er toe geroepen worden, zo geroepen dat zij de uitnodiging aannemen, een bruiloft gegrond op de beloften Gods. Deze zijn de waarachtige woorden Gods, vers 9. Deze beloften, geopend, toegepast, verzegeld en gewaarborgd door den Geest Gods, in heilige sacramenten, zijn de bruiloft, en het gehele lichaam van allen, die aan dit feest deelnemen, is de bruid, de vrouw des Lams. Zij eten in een lichaam, zij drinken in een Geest, zij zijn niet alleen toeschouwers of gasten, maar zij vormen de echtgenote, zij zijn het mystieke lichaam van Christus.
2. De aandoening van blijdschap, welke de apostel over zich voelde komen bij dat gezicht.
Hij viel neer voor de voeten van den engel om hem te aanbidden. Hij onderstelde dat die meer was dan een bloot schepsel, of wel, zijne gedachten werden voor een ogenblik beneveld door de kracht zijner genegenheden. Merk hier op:
A. Welke eer hij den engel bracht. Hij viel aan zijne voeten om hem te aanbidden, dit neervallen was een gedeelte van uiterlijke verering, het was de houding van eigenlijke aanbidding.
B. Hoe de engel dit weigerde en niet zonder enig verwijt. Zie dat gij dat niet doet, ik ben uw mededienstknecht en uwer broederen, die de getuigenis van Jezus hebben. Ik ben een schepsel, en gelijk in bediening, ofschoon niet in natuur, ik, als engel en boodschapper van God heb de getuigenis van Jezus, de opdracht om van Hem te getuigen en de getuigenis omtrent Hem te bevestigen, en gij, als apostel, die den Geest der profetie heeft, moet dezelfde getuigenis afleggen, en daarom zijn wij in dat opzicht broederen en mededienstknechten. C. Hij wijst hem op het enige en ware voorwerp van godsdienstige verering, namelijk God.
Aanbid God en Hem alleen. Dit veroordeelt ten volle de praktijken van de papisten, die brood en wijn aanbidden, benevens heiligen en engelen, en de praktijken van Socinianen en Arianen, die niet geloven dat Christus waarachtig en van nature God is en Hem toch goddelijke verering brengen. En het toont aan welke ellendige vijgenbladeren al hun uitvluchten en verontschuldigingen zijn, die zij ter hunner verdediging bijbrengen. Hier staan zij door een engel van den hemel overtuigd van afgoderij.