11. En ik zag daarna een ander beest, niet als het eerste uit de zee of de onrustige golven van het leven van de volken, maar uit de aarde opkomen, dus uit de vaste, geregelde toestanden van het kerkelijk leven en het had als een geestelijke macht, twee horens, de Lams-horens gelijk, omdat het de schijn aannam, als kwam het in de dienst van het Lam (
Hoofdstuk 5:6) en het sprak als de draak, stond dus met hetgeen hij verkondigde, volbracht en verlangde werkelijk in de dienst van de draak (
Hoofdstuk 12:9).
De stem had (Hoofdstuk 12:12) over aarde en zee wee geroepen, toen de draak uit de hemel viel; uit de zee en uit de aarde staan de twee dieren op, die de wil van de draak volbrengen.
Dat dit tweede dier een geestelijke macht is, zoals die overeenkomt met het eerste dier, de wereldlijke macht, stelt reeds zijn verschijning naast het eerste dier voor; niet alleen de lichamen, ook de geesten moeten aan de draak dienstbaar worden gemaakt, de wereld moet hem geheel, namelijk geestelijk en lichamelijk, eigen worden; bij de praktijk moet de theorie komen, daardoor wordt pas het geheel een volkomen systeem.
Evenals reeds Farao in de strijd tegen de Heere en diens volk door Jannes en Jambres, de valse profeten van die dagen, omgeven was (2 Timotheus 3:8), zo is om met Oetinger te spreken, de valse profeet de hoffilosoof van de antichrist.
Niet uit de zee, maar van de aarde, niet uit de bewogen vloed van de golvende volken en natiën, maar uit hetgeen reeds vaste grond is geworden, stijgt dit tweede dier op. Komt het echter niet te voorschijn uit de beroeringen van de volken, dan is het ook geen aardse, wordt het gevormd onder geregelde, voortgaande toestanden, dan is het een geestelijke macht en inderdaad wordt in Hoofdstuk 16:13; 19:20 bij het dier de valse profeet geplaatst; als hier het "tweede" ernaast wordt geplaatst.
Waren reeds de beide bedelorden van de Dominicanen en Franciscanen niet in tijden van een politieke chaos opgestegen, maar toen de toestanden zich in Europa reeds hadden gevestigd, de Jezuïetenorde is een voortbrengsel van het latere geciviliseerde Europa. De beginselen van deze orde zijn een geschiedkundig bewijs, hoever de natuurlijke wilskracht het brengen kan in verwondering wekkende zelf- en wereldverloochening; maar hoe rechtstreeks achter die gedaante van de engel van het licht de gevaarlijkste satans-diepten zich graag verbergen. In het bijzonder geldt ook van het Jezuïtisme het waarschuwend woord van de Heere: "Wacht u voor de valse profeten, die in schaapskleren tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven, aan hun vruchten zult u ze kennen. " En juist de vruchten van het Jezuïtisme zijn van zo'n aard, dat geen onbevooroordeeld gemoed zich bedriegen kan over de aard van zijn oorsprong, al verbergt het zich ook in de schitterendste schijn van heiligheid.
Onder de leiding van Ignatius de Loyola begon de orde van de Jezuïten haar aan zijn en groeide snel op tot de volle mate van haar ontzaglijke macht. Met wat een beweging, wat een slimheid, met wat en strenge tucht, met wat een onverschrokken moed, met wat een zelfverloochening, met wat een losmaking van de dierbaarste persoonlijke banden, met wat een sterke, hardnekkige toewijding aan een enig doel, met wat een vastberadenheid en listigheid in de keuze van de middelen, strijden de Jezuïten de strijd van hun Kerk; dat staat op iedere bladzijde van de geschiedboeken van Europa verscheidene eeuwen door geschreven. In de orde van Jezus werd de kwintessens van de Katholieke geest samengedrongen; de geschiedenis van de orde van Jezus is de geschiedenis van de grote Katholieke reactie.
Van de gestalte van dit tweede dier wordt niets gezegd; er worden echter twee zeer karakteristieke tekenen aangevoerd: "het had twee horens, de horens van het Lam gelijk en het sprak als de draak. " Lam en draak moeten niet worden gehouden voor een zeker lam en een draak, die ook, maar moeten als eigennamen voor Jezus Christus en satan worden opgevat. Het Lam stelt de Zoon van God voor in Zijn vernedering als "Jezus", zodat wij hier eigenlijk een toespeling hebben op de naam "Jezuïten". Van het Lam werd in Hoofdstuk 5:6 gezegd dat het zeven horens en zeven ogen had; maar deze heilige zevenvoudige krachten van de Heilige Geest zijn de Jezuïten-orde niet eigen, deze heeft daarvoor twee krachten die slechts een uitwendige gelijkheid met de eerste aanbieden; dat zijn de geestelijke en wereldlijke macht, waardoor zij zich heeft uitgebreid (dit is integendeel wat de orde door haar krachten bereikt heeft, haar krachten zijn de profetische wonderen en profetie (Lukas 24:19 Handelingen 2:22). Nooit heeft een orde, zoals deze, zich in zo'n mate behalve aan geestelijke bedoelingen aan het wereldse overgegeven. De Jezuïten waren geestelijken en kooplieden, naardat het tot het doel brengen zou. Zij hadden, zoals bekend is, een eigen rijk in Amerika, de staat Paraquai, waarover zij als wereldlijke vorsten regeerden. Ook probeerden zij overal hun eenmaal verkregen invloed in zo'n mate ook tot de wereldlijke aangelegenheden van hele landen, staten en steden uit te breiden, dat alles naar hun wil moest geschieden. Zo listig vleiend als zij zich overal indrongen, zo heerszuchtig en bloeddorstig waren zij, als zij de macht eenmaal in handen hadden. Dat was het eerste, dit het tweede, zoals dan ook in de eerste plaats de lamshorens in vervolgens het spreken als een draak wordt genoemd.
Hoe spreekt dan de draak? Wanneer de Heere hem voorstelt als de mensen-moordenaar vanaf het begin en als de leugenaar en de vader van de leugen, dan kan ook zijn spreken niet anders dan moordzuchtig en leugenachtig Zijn en zo ook het dier uit de aarde bij al zijn gelijkheid aan het Lam. "Wij zijn binnengetrokken als lammeren" heeft reeds Frans Borgia van het eerste optreden van zijn orde verzekerd; en zo treedt deze nog heden overal, waar zij nog niet tot heerschappij gekomen is, met grote voorzichtigheid en behoedzaamheid op, vooral in die zendingen, die zij met zo grote voorliefde in paritetische staten en hij bevolkingen van overwegend Protestants geloof volbrengt. Daar zijn in de regel de klauwen ingetrokken en alleen zachte fluwelen voetjes te bespeuren, maar waar zij haar eigen inwendige aard kan openbaren, wat een drakentaal, wat een taal van de onverdraaglijkste vervolgingszucht! De Jezuïten laten hun convertieten in Hongarije zweren: "Wij zweren, zolang een druppel bloed in onze aderen is, de vervloekte Protestantse leer op allerlei wijze, heimelijk en openlijk, met geweld en list, met woord en daad, het zwaard niet uitgezonderd, te willen vervolgen. " En wij hebben het ook reeds gezien, hoe het Jezuïtisme alle licht van reformatorische geest in de Romeinse landen in bloedstromen heeft uitgeblust; hoe Jezuïten aan het hof van Ferdinand II door woord en schrift de fakkels van de dertigjarige oorlog hebben ontstoken, hoe Jezuïten aan het hof van Lodewijk XIV hem hebben aangezet tot een vervolging tegen het verdrag in en zonder enig sparen een vervolging van zijn Hervormde onderdanen. En nog heden spreken de organen van die richting het openlijk uit, dat geloofs- en gewetensvrijheid rechtstreeks tegenover hun grondstellingen staat en dat zij bij verandering van de omstandigheden weer de vernietiging van het Protestantisme ook met middelen van geweld zouden beproeven. Ook reeds de zuivere vermelding van het Lam, waardoor in de Schrift en vooral in de Openbaring ezus wordt aangeduid, herinnert ons vanzelf aan de benaming van het beest uit de aarde: "Het genootschap van Jezus, of het genootschap van het Lam". Het lichaam van dit beest is niet geschilderd; wij kunnen het ons dus niet voorstellen. Maar het wordt met zijn twee horens een beest, dus evenals de zeven wereldmachten, een stichting van de satan genoemd. Zwijgt de ziener ten opzichte van zijn uitwendige gestalte, zo schildert hij des te nauwkeuriger zijn inwendige natuur: het spreekt als de draak. Dit beest onderscheidt zich dus bovenal door zijn spreken naar de wijze van de draak; wij moeten hier dus aan geleerde, welsprekende, aan de draak gehoorzame, dus aan Christus vijandige lieden denken. Spreukenekt dit beest als de draak, dan is het gezind als de draak, denkt als de draak en wordt door hem bezield en gezonden. "Draak" is in de Openbaring lechts de naam van de duivel, die ook aan het beest uit de zee zijn troon gaf, 12:9; 13:9 zich het genootschap van Jezus niet door wegslepende redenen en krachtige prediking? Zeker, maar hun prediking, die slechts de bestrijding van de Evangeliewaarheid en de bekering van de mensen tot de dwaalleer van het pausdom ten doel heeft, wordt door de draak ingegeven, in zijn naam en met een geestdrift van hem afkomstig voorgedragen. De korte trekken van de schildering van het beest uit de aarde worden volkomen in het genootschap van Jezus teruggevonden en zullen wanneer het in de toekomst, als pseudo-profeet van het tweede hoorn, van de antichrist optreedt, nog duidelijker uitkomen.
Dit heeft zijn oorsprong "uit de aarde" zoals Jezus eens als tegenstelling tussen Zich en Zijn ongelovige tijdgenoten opgaf: "jullie zijn van beneden en Ik ben van boven; u bent uit deze wereld. Ik ben niet uit deze wereld. " Daarom zei de Heere ook: "Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij iemand van boven (d. i. door de Geest van God) geboren wordt, hij kan het koninkrijk van God niet zien. " Elke menselijke wijsheid, die niet geboren is uit en vervuld van de geest van God, heeft haar wezen gemeen met de onredelijke dieren; en omdat zij slechts aan de aarde toebehoort, heeft zij haar oorsprong uit de hel. De waanwijsheid van de heidense wereld heet een "valse" profeet, omdat zij niet vervuld is van de goddelijke, maar van een boze geest. Het kan niet missen of ieder mens, vooral ieder leraar en in de hoogste zin ieder profeet moet, als hij de Heilige Geest mist, vol zijn van de geest van de afgrond. Wat de gedaante van het beest aangaat, wordt slechts gewag gemaakt van zijn horens, die slechts aan lamshorens gelijk worden genoemd. Horens zijn een zinnebeeld van kracht en macht. Wanneer het Lam van God zeven horens heeft, wordt door dit zevental te kennen gegeven, dat de Zijnen van God met de uitgestrektste macht zijn voorzien. Bij dit beest, waardoor de vermeende en God vijandige wijsheid van de wereld wordt afgespiegeld, treft men slechts twee horens aan; het beest staat zo in macht zeer ver beneden het Lam van God, terwijl de gedaante van de horens bij beiden toch dezelfde is, namelijk klein en onbemerkbaar, zodat men oppervlakkig zou menen dat er niets mee verricht kon worden. De wijsheid van deze wereld heeft dit met Jezus gemeen, dat haar macht een verborgene, haar werking een onzichtbare is.
Het Lam is het beeld van de Heiland, de draak het beeld van de satan; maar een lam is het beeld van een mens (1 Kronieken 21:17 Jeremia 11:19 enz.); een draak, beeld van een boze macht of koning, een machtig rijk van vijanden van Gods volk, zoals bijvoorbeeld Babel (zie Psalm 74:13 Jeremia 51:34 Jesaja 27:1, 51:9 Naar mijn inzien hebben wij hier zo een zuiver menselijke macht; een priester-koning van de eredienst van de mens, die de natuur vooropstelt en spreekt de taal van aardse gebieders, de rol vervullende van de tovenaars, die Farao hielpen en van Bileam, de door het zwaard gedoden, in dit beeld als herleefde profeet (Openbaring :14). Deze macht uit de aarde wordt pas openlijk of bewust satanisch in Hoofdstuk 16:13 Zo'n humanistisch priester-koning past geheel in het tot dusver aangewezen geschiedkundig verband. Men is onrechtvaardig en belemmert zichzelf het behoorlijk beoordelen van de geschiedenis, wanneer men in het beest slechts het pausdom ziet. Het pausdom is zeker een van de voorlopers van dit beest en heeft wel het meest ertoe bijgedragen, dat dit beest er eenmaal zijn zal; maar het wereldlijke Protestantisme zeker niet minder. Johannes ziet het beest zoals het zijn zal gedurende de zevende bazuin, afgescheiden van zijn geschiedkundige ontwikkeling. Het is geworden in en door de aarde; het is de langzaam gerijpte vrucht van het persoonlijke, aardsgezinde bestaan van de mensen in het Romeinse rijk, dat aardsgezindheid, bijgeloof en ongeloof heeft voortgebracht, het pausdom geboren heeft doen worden en in stand gehouden, maar ook elke Protestantse of ongelovige afwijking van leer en leven. Ik twijfel er geenszins aan, dat wij hier een macht als het pausdom zullen hebben, maar dan het pausdom in zijn voorlaatste verschijning, dat is heidens; geheel verwereldlijkt en zeer versterkt door de afgevallen Protestantse wereld, als wanneer openbaar de Christus zal worden gelasterd en de ideaal-mens in de persoon van de anti-christ zal worden aangebeden.
Dat de opkomst van dit andere beest op de aarde de antichrist betekent, is buiten alle twijfel bij alle uitleggers, die zichzelf onder de gedaante van het eerste beest opdoet als een prins van de wereld, en zoals een God van de aarde, zoals tot nu toe daarop werkzaam is; maar nu als een valse profeet voorkomt, die de hele wereld door zijn afgoderij verleidt.
Dat het een ander genoemd wordt, is omdat het door een ander zinnebeeld vertoond wordt en omdat hij hetzelfde voorgaande beest aan de andere zijde vertoont in andere hoedanigheden. Het is in de schriftuur wel meer gebruikelijk een zaak onder verschillende zinnebeelden te vertonen. De hongersnood in Egypte werd door koeien en aren vertoond. De Kerk wordt onder de Openbaring ertoond, nu onder de gedaante van een vrouw, dan van de tempel, dan van een heirleger. Dezelfde antichrist komt voor nu eens onder de gedaante van een beest, dan van een hoer (Hoofdstuk 17). Dus mag het zinnebeeld van een ander beest geen vooroordeel geven, alsof het een andere zaak betekende, maar men moet dezelfde antichrist daardoor verstaan, maar in andere hoedanigheden. Het eerste beest vertoont de antichrist in zijn staatkundige heerschappij, als het levende hoofd van het beest, volgende in de beheersing van Rome en het Roomse gebied de vorige zes. Het tweede beest vertoont dezelfde antichrist in zijn geestelijke opperhoofdigheid over de Kerk door het Franse keizerrijk en over iedere ziel, waardoor geestelijke overheersing hij zijn staatkundige macht over de koningen van de aarde heeft bekomen en staande gehouden en dus is hij de achtste koning. Openbaring 7:10-11, waar uitdrukkelijk gezegd wordt, dat hetzelfde zevende hoofd tegelijk de achtste koning is. Het beest kwam niet van boven uit de hemel, maar van beneden uit de aarde, uit de put, uit de afgrond van de duivel. De draak gaf het macht, zoals de antichrist als het eerste beest uit de zee van verwarring in Kerk en Staat opkwam, zo komt hij op als het tweede beest uit de aarde, uit de aardsgezindheid van het volk. Als de Kerk in het gemeen hemelsgezind en geestelijk was geweest, hij zou geen heerschappij over de Kerk en ziel in van de mensen bekomen hebben. Maar het volk was aards, begeerde een uiterlijke, lichamelijke, zichtbare, aardse godsdienst; dit gaf hem gelegenheid om de geestelijke heerschappij te bekomen. Hij maakte de hele godsdienst aards; hij zocht een schijn van godzaligheid, maar verloochende haar kracht. De hele antichristische kraam bestaat in uiterlijkheden, in oppronken van de kerken, in kostelijke dienstkleren, in beelden, in wat zichtbaars te aanbidden, in muziek, in paternosters, in monnikschappen, in bedevaarten, in een natuurlijk, wellustig leven, in oorbiecht en menselijke vrijspraak. Zo had het volk het graag, zo kon men gemakkelijk zijn geweten geruststellen en daarom was het den antichrist gemakkelijk, de heerschappij over de Kerk te bekomen. horens betekenen in de schriftuur macht en heerlijkheid, die beide de Heere Jezus eigen zijn. De antichrist zou op de Heere Jezus willen lijken en zich voordoen alsof zijn staat en werk de staat en het werk van de Heere Jezus was. Hij geeft zich uit voor de stedehouder van Christus, voor het hoofd van de Kerk; dat hij onfeilbaar is en niet dwalen kan; dat hij macht heeft zonden te vergeven, zalig te maken en te verdoemen, godsdienst en sacramenten in te stellen. Hierdoor heeft hij zich ontzaglijk gemaakt, zelfs voor de koningen der aarde, omdat hij voorgeeft macht te hebben om koningen op en af te zetten. De spraak. En het sprak als de draak; of hij wel scheen de horens van het Lam te hebben, zo maakte zijn spraak hem nochtans openbaar. Hij sprak duivelstaal, dat is leugens (Johannes 8:44). Zijn leringen waren leringen van de duivelen. Door geveinsdheid van leugensprekers (1 Timotheus 4:1-2). Zijn toekomst is naar de werking van de satan, in alle krachten, tekenen en wonderen van de leugen (2 Thessalonicenzen 2:9). Zijn spraak was godslasterlijk, God en Christus tegensprekend en onterend. Hij was wreed, verdoemde met zijn Vaticaanse bliksems degenen, die zich tegen hem verzetten, of hem niet in alles van dienst waren.
Dit tweede beest is van het eerste zo onderscheiden, dat het er echter toe behoort en daarmee als met zijn meerderen nauw verbonden samenspant. Men kan dus geen menigte van mensen bedenken, waarop het zo past, als op de veelvuldige en talrijke genootschappen van monniken en het pausdom. Op hen past de naam van beest wegens hun verbazende menigte, wrede aard tegen de gelovigen en tevens om hun eenheid in vertoning en regelen van bestuur. De twee horens vertonen ons de macht, die de monnikenorden hebben. De gelijkheid van de horens aan die van het Lam doet ons zien de uitwendige streling, waarmee zij de mensen weten te bedriegen. Eenvoudigheid en religieusheid, die zij als op het voorhoofd dragen en roemvertoning van Christus de gekruiste, alsof zij door ijver tot Zijn eer werden gedrongen. In het spreken als de draak merken wij op de hoogmoedige verheffing van hun verdiensten, pronkende en farizese aanprijzing van hun orden en regels. Ook oefenen de monniken zeer vaardig alle verdere macht van het eerste beest, het antichristische rijk, onophoudelijk de ware gelovigen vervolgend. Al hun pogen strekt zich alleen uit om de hele aarde onder het Rooms antichristisch juk te brengen en het lukt hun, omdat hiertoe helpen vleiende woorden, geroemde wonderen, wrede vervolgingen, aangetrokken gedaante van het oude Christendom, voorbeelden van mensen, die allerheiligst schijnen enz.
Het rijk van onze Heere Jezus Christus komt uit de hemel. Het pausdom is uit de aarde, d. i. uit eergierigheid, gierigheid, verraderij en wreedheid. Door de twee horens geeft de Heere het priesterschap en het koninkrijk te kennen, dat de pausen zich toeschrijven, zeggende dat hun macht is geven in de hemel en op aarde, in geestelijke en wereldse zaken. Zij willen, dat ieder gelooft en voelt, dat zij van Christus het priesterschap en het rijk van Christus hebben en dat zij stedehouders van Christus zijn; maar hij spreekt als de draak. Evenals de duivel in het paradijs de waarheid en zekerheid van Gods woord in twijfel stelde, zo stelt ook de antichrist in het pausdom de waarheid van de Schrift in twijfel, die hij als onvolkomen en twijfelachtig voorgeeft.
Het zal de macht van Christus voorwenden en als Zijn stedehouder op aarde geheel oprecht en onnozel uitzien, als hebbende de macht om te binden en om te ontbinden tot voordeel van de zielen; om dus alles te doen in de naam van het Lam; maar hij spreekt echt als de draak, d. i. zijn leer is godlasterlijk en afgodisch.