Jesaja 45:1-4
Cyrus was een Mediër, afstammeling, naar sommigen menen, van Astyages, de koning van Medië. De ongewijde schrijvers zijn niet eenstemmig omtrent zijn afkomst. Sommigen zeggen dat hij in zijn kindsheid een verworpeling was, ten vondeling gelegd en door de vrouw van een schaapherder gered. Maar allen stemmen toe dat hij een zeer werkzaam en geniaal man was, die zich spoedig zeer belangrijk maakte, voornamelijk toen Croesus de koning van Lydië, een aanval op zijn rijk deed. Dezen sloeg hij niet alleen af, maar wreekte hij door de voordelen die hij op Croesus behaald had, met zoveel kracht voort te zetten, dat hij binnen korte tijd Sardis innam en zich meester maakte van het gehele rijke koninkrijk Lydië en de vele provincies, die er bij behoorden. Dit maakte hem zeer aanzienlijk, want Croesus was spreekwoordelijk rijk, en stelde hem in staat verscheidene andere landen te overwinnen. Maar eerst ongeveer tien jaar later deed hij in vereniging met zijn oom Darius en de krachten van Perzië, de beroemde aanval op Babylon, welke hier wordt voorspeld en waarvan we de geschiedenis vinden in Deuteronomium 5, Babylon was toen buitengewoon rijk en sterk geworden, het had een omtrek van veertig mijlen, volgens sommigen nog meer, de wallen hadden een dikte van twee en dertig voet en waren honderd el hoog. Volgens sommigen waren zij zo breed dat zes wagens naast elkaar er op konden rijden, ja zelfs wordt door enkelen beweerd dat zij vijftig el dik en twee honderd el hoog waren. Naar het schijnt had Cyrus van jongs af sterke begeerte om zich van deze plaats meester te maken, en heeft hij het plan lang en zorgvuldig voorbereid eer hij tot de uitvoering overging.
Nu wordt ons hier, twee honderd en tien jaren voordat deze gebeurtenis plaatsvond, verhaald:
I. Welke grote dingen God voor hem doen zou, opdat het in zijn macht zou staan om het volk Gods te bevrijden. Daartoe zal hij zijn een machtig veroveraar, een rijk vorst, en zullen verscheidene volken van hem afhankelijk zijn en hem helpen met krijgslieden en geld. Hetgeen God hier belooft te zullen doen voor Cyrus, had Hij even gemakkelijk kunnen doen voor Zerubbabel, of een van de andere Joden, maar God acht het zelden goed om zijn eigen volk zoveel macht toe te vertrouwen, omdat dit zoveel verzoeking en valstrikken meebrengt. Doch wanneer er gelegenheid bestond om zulke macht dienstig te doen zijn voor het welzijn van zijn kerk, dan gebruikt God daarvoor gewoonlijk anderen, liever dan het in hun handen te stellen.
Cyrus wordt hier Gods gezalfde genoemd, zowel omdat hij verkoren en bekwaam gemaakt was voor deze grote dienst, door de raad Gods, als omdat hij hierin een type van de Messias was. God zal hem bij de rechterhand grijpen, niet alleen om hem te sterken en te ondersteunen, maar om zijn voornemens en bewegingen te leiden, gelijk Elisa zijn handen legde op die van de koning, toen deze zijn pijlen tegen Syrië moest afschieten, 2 Koningen 13:16 Onder deze leiding
1. Zal hij zijn overwinningen zeer ver uitstrekken, en zal geen hinder hebben van enige tegenstand. Babylon is een te sterke plaats voor een jongen held om daarmee te beginnen, en daarom zal zijn kracht geoefend worden door verschillende andere overwinningen, alvorens hij in staat zal zijn om Babel te winnen.
a. Volkrijke koninkrijken zullen voor hem bukken, God zal de natiën voor hem neerwerpen, wanneer hij in de volle kracht van zijn loopbaan en van zijn welslagen is, zal het voor hem een spel zijn nieuwe volken uit zijn overwonnelingen te vormen, want hij heeft die volken niet overwonnen, maar God heeft ze aan hem onderworpen, de krijg is van God en dus de overwinning evenzeer.
b. Machtige volken zullen voor hem vallen. God zal de lenden van de koningen ontbinden, hetzij de gordel, die teken van hun macht en waardigheid is, hetzij die, welke hun kracht geeft. Dat is letterlijk vervuld in Belsazar toen hij door panische schrik bevangen werd bij het zien van het handschrift op de wand, "zijn heupgewrichten werden los en zijn knieën stieten tegen elkaar." Daniël 5:6.
c. Grote steden zullen zich aan hem onderwerpen zonder hem enige moeite te geven. God zal de bewoners er toe brengen om de koperen deuren voor hem te openen, niet verraderlijk, of door geweld, maar uit volle overtuiging dat er geen nut hoegenaamd in steekt om met hem te twisten en daarom zullen de poorten niet gesloten worden om hem als een vijand buiten te houden, maar geopend om hem als een vriend binnen te laten.
d. De langste en gevaarlijkste marsen zal God voor hem gemakkelijk en veilig maken. "Ik zal voor uw aangezicht gaan, om de weg te banen, om u te leiden, om de kromme wegen recht te maken, of, zoals sommigen lezen: de hoogten te verlagen en effen te maken. Zij, voor wier aangezicht God gaat, zullen de effen baan vinden.
e. Geen tegenstand kan tegen hem volgehouden worden, God, die hem zijn zending opdroeg, zal voor zich aangezicht de koperen deuren verbreken en de ijzeren grendelen in stukken slaan, waarmee die deuren gesloten waren. Dit werd letterlijk vervuld, naar Herodotus bericht dat Babylon honderd poorten had, alle van koper en met grendels van hetzelfde metaal.
2. Hij zal zijn schatkist vullen, vers 3. Ik zal u geven de schatten, die in de duisternis zijn, schatten van goud en zilver, die lang achter slot en grendel verborgen zijn geweest, en sedert jaren het licht niet gezien hebben, of die door de inwoners in de grond begraven zijn, in hun angst toen de stad zou ingenomen worden. De schatten van vele volken waren naar Babylon gebracht, en Cyrus greep die alle tezamen, de verborgen rijkdommen, hetzij ze kroondomein waren of eigendom van bijzondere personen, werden alle een roof voor Cyrus. Dus wees God hem aan om enige diensten aan Zijn kerk te bewijzen, en betaalde hem reeds vooruit rijkelijk daarvoor. Cyrus heeft openlijk Gods goedheid jegens hem beleden, en in aanmerking daarvan de gevangenen vrijgelaten. "De Heere, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken van de aarde gegeven, en Hij heeft mij bevolen, of mij daardoor verplicht, hem een huis te bouwen te Jeruzalem, dat in Juda is," Ezra 1:2.
II. Hier wordt ons meegedeeld wat God bedoelde toen Hij dit alles voor Cyrus deed. Wij kunnen gemakkelijk gissen wat Cyrus met al zijn ondernemingen bedoelde, maar hier wordt ons gezegd wat God op het oog had toen Hij hem zo buitengewoon voorspoedig maakte in zijn oorlogen.
1. Het doel was dat de God van Israël zou verheerlijkt worden, opdat gij moogt weten dat Ik de Heere ben, de God Israëls, want Ik heb u bij uw naam geroepen lang voor uw geboorte. Wanneer Cyrus deze profetie van Jesaja getoond werd en hij daarin zijn eigen naam vond, en zijn eigen daden daarin zo nauwkeurig beschreven zag, moest hij daardoor gebracht worden tot de erkentenis dat de God Israëls Jahweh is, de enig levende en ware God, die Zijn Israël als Zijn eigendom blijft beschouwen, ofschoon het nu in gevangenschap is. Het is goed wanneer voorspoed en welbehagen de mensen brengt tot erkentenis van God, maar al te dikwijls is het gevolg ervan dat zij Hem vergeten.
2. Het was opdat het Israël van God zou verlost worden, vers 4. Cyrus had God niet als de God van Israël gekend, want hij was opgevoed in de aanbidding van de afgoden, de ware God was voor hem een onbekende God, maar ofschoon hij God niet kende, had God hem niet slechts gekend toen hij begon te bestaan, maar Hij had hem voorgekend en hem bestemd om Zijn herder te zijn. Hij had hem bij zijn naam, Cyrus genoemd, ja hem veel groter eer bewezen: Hij had hem een andere naam gegeven die van Zijn gezalfde. En waarom deed God dit alles voor Cyrus? Niet om zijnentwil, dat moest hij goed weten. Het is nog zeer twijfelachtig of hij al dan niet een deugdzaam man was. Xenophon, toen hij de heldendaden van een uitnemenden vorst wilde beschrijven, neemt daarvoor Cyrus en vermeldt veel bijzonderheden van zijn geschiedenis, maar andere geschiedschrijvers stellen hem voor als een hooghartig, wreed en bloeddorstig man. Het was ter wille van Jakob, zijn knecht, dat God hem verkoren had.
a. In alle omwentelingen van staten en koninkrijken, in alle plotselinge val van groten en sterken en in alle verbazende verheffingen van kleinen en zwakken, bedoelt God het welzijn van Zijn kerk.
b. Het is daarom verstandig van hen, wie God rijkdom en macht gegeven heeft, om die tot eer van God te gebruiken door vriendelijk voor Zijn volk te zijn. Cyrus werd verkoren opdat Israël zou verlost worden, hij zou een koninkrijk hebben alleen om Gods volk de vrijheid te hergeven, want hun koninkrijk is niet van deze wereld, maar nog toekomstig. In dit alles was Cyrus een type van Christus, die tot overwinnaar van overheden en machten gemaakt en met onberekenbare schatten voorzien werd, tot nut en tot zegen van Gods dienstknechten, Zijn uitverkorenen. Toen Hij ten hemel opvoer, leidde Hij de gevangenis gevangen, ontrukte haar haar gevangenen, en opende de gevangenis voor hen, die daarin gebonden waren.