16. Heere! bij deze dingen, bij zulke woorden en daden der genade, als mij ten dele zijn geworden, leeft men (
Deuteronomium 8:3), en in dit alles is het leven van mijnen geest, 1) in de herinnering aan Uwe genade is Mijn leven; want Gij hebt mij gezond gemaakt en mij genezen.
1) Hij wilde zich en anderen, door deze van Hem genoten ondervinding van `s Heren goedheid bemoedigen, als datgene, hetwelk hem en elk ander deed leven, ja genoeglijk leven, naar het lichaam niet slechts maar vooral naar den geest. Hoe meer wij van Gods tedere goedertierenheden in alle gevallen genieten, hoe meer dat onze harten moet uitbreiden om Hem lief te hebben en in Zijnen dienst ons behoorlijk te kwijten en Zijne eer als ons hoogste doel te bevorderen, als waarin vooral het leven onzer ziele bestaat.
Bij deze dingen en in dit alles, ziet niet op de uitredding uit doodsgevaren, maar wel op de beloften Gods en de toezeggingen des Allerhoogsten, welke de Heere hem door den Profeet heeft doen geworden. Niet derhalve de daden van vroomheid, zoals men het wel eens uitdrukt, maar de beloften Gods zijn het leven van Gods kinderen. Gods beloften door het geloof dadelijk omhelsd zijn immer het leven, d i. de kracht en de sterkte van Gods kinderen geweest.