Genesis 4:8
Wij hebben hier het voortschrijden van Kaïns toorn, en, als gevolg er van, de moord op Abel, die op tweeërlei wijze beschouwd kan worden.
I. Als Kaïns zonde, en het was een scharlaken rode zonde, een zonde van de eerste grootte, een zonde tegen het licht en de wet van de natuur, en waarvoor het geweten zelfs van slechte mensen teruggedeinsd is. Zie daarin:
1. De treurige uitwerking van het komen van zonde in de wereld en in het hart van de mensen. Zie welk een wortel van bitterheid de verdorven natuur is, die deze gal en alsem draagt. Adams eten van verbodene vrucht scheen slechts een kleine zonde, maar zij heeft de deur geopend voor de grootste.
2. Een vrucht van de vijandschap die in het zaad van de slang is tegen het zaad van de vrouw. Gelijk Abel de voorste is in het edele heir van de martelaren, Mattheus 23:35, zo staat Kaïn vooraan in het onedele, schandelijke heir van de vervolgers, Judas 11 Zo vroeg reeds heeft hij, die naar het vlees geboren was, degene vervolgd, die naar de geest geboren was, en alzo is het- min of meer- ook nu, Galaten 4:29, en zo zal het zijn, totdat de krijg eindigen zal in de eeuwige zaligheid van alle heiligen, en het eeuwige verderf van allen, die hen haten.
3. Zie ook wat de gevolgen zijn van nijdigheid, boosheid en haat, indien daaraan wordt toegegeven, indien zij gekoesterd worden in de ziel, dan is er gevaar, dat zij de mensen tot de verschrikkelijke zonde, zelfs van moord, doen komen. Roekeloze toorn is moord in het hart Mattheus 5:21, 22, en nog veel meer is boosheid dit, die zijn broeder haat, is reeds een moordenaar voor God, en als God hem aan hem zelf overlaat, dan is er slechts de gelegenheid voor nodig om hem ook tot een moordenaar voor de wereld te maken.
Door velerlei is Kaïns zonde nog verzwaard.
a. Het was zijn broeder, zijn eigen broeder, die hij vermoordde, de zoon van zijn moeder, Psalm 50:20, die hij had behoren lief te hebben, zijn jongere broeder, die hij had behoren te beschermen.
b. Hij was een goede broeder, die hem nooit leed of oprecht had gedaan hem niet in het minst geprikkeld of getergd had, hetzij in woord, of in daad, en die in alle opzichten gehoorzaam en eerbiedig jegens hem geweest is.
c. Hij was te voren hier ernstig tegen gewaarschuwd. God zelf had hem gezegd, waar dit op zou uitlopen, en toch heeft hij in zijn barbaars voornemen volhard.
d. Hij scheen dit bedekt te hebben met een schijn van vriendschap en genegenheid. Hij sprak met zijn broeder Abel, vrij en gemeenzaam, opdat hij geen gevaar zou vermoeden, en hem uit de weg zou blijven. Zo heeft Joab Abner gekust, en hem toen gedood. Volgens de Septuaginta zei hij tot Abel: Laat ons in het veld gaan. Indien dit zo is, dan zijn wij er zeker van dat Abel dit niet in de hedendaagse zin heeft opgevat als een uitdaging, want dan zou hij haar niet aangenomen hebben, maar wèl als een broederlijke uitnodiging om te zamen aan hun werk te gaan. De Chaldeeuwse paraphrast voegt er bij, dat Kaïn, toen zij in het veld waren, beweerde, dat er geen toekomend oordeel was, geen toekomend leven, geen straf of beloning in een andere wereld, en dat, toen Abel sprak ter verdediging van de waarheid, Kaïn die gelegenheid aangreep om hem aan te vallen. Maar:
e. De reden, die de Schrift opgeeft, waarom hij hem doodsloeg, was een genoegzaam verzwarende omstandigheid van de moord, het was omdat zijn werken boos waren en van zijn broeder rechtvaardig, zodat hij zich hierin toonde uit de boze te zijn, 1 Johannes 3:12, een kind des duivels, als zijnde een vijand van alle gerechtigheid, zelfs in zijn eigen broeder, en hierin een werktuig van de verderver.
Ja meer: f. Door zijn broeder te doden, richtte hij een slag op God zelf, want Gods aanzien van Abel was de voorgewende reden van zijn toorn, hij haatte Abel, omdat God hem liefhad.
g: Die moord op Abel was des te meer onmenselijk, omdat er nog zo weinige mensen in de wereld waren, om de ledige plaats aan te vullen. Het leven van een mens is ten allen tijde kostelijk, maar thans zeer bijzonder, daar het zo slecht gemist kon worden.
II. Als het lijden van Abel. Van dat Adam gezondigd had, heerste de dood, maar niet voor dat ogenblik lezen wij van iemand, die door hem aangegrepen, gevangen was, en nu is:
1. De eerste, die sterft, een heilige, een die door God aangezien en bemind werd, om te tonen, dat: hoewel het beloofde Zaad in zover hem zal verderven, die het geweld des doods heeft, dat Hij de gelovigen zal verlossen van deszelfs prikkel, zij toch op aarde aan de dood onderworpen zijn. De eerste, die naar het graf gebracht werd, ging naar de hemel, God wilde zich de eerstelingen verzekeren, de eerstgeborene des doods, die het eerst de baarmoeder opende naar een andere wereld. Laat dit de verschrikking des doods wegnemen, dat hij reeds vroeg het lot was van Gods uitverkorenen, hetgeen de eigenschap er van verandert.
Ja meer: 2. De eerste, die sterft is een martelaar, en sterft voor zijn Godsdienst en van de zodanigen kan met meer recht dan van soldaten gezegd worden, dat zij sterven op het veld van eer. Er is in Abels dood niet slechts geen vloek, maar er is een kroon in, zó bewonderenswaardig goed is de eigenschap van de dood veranderd, dat hij niet slechts onschuldig en onschadelijk is voor hen, die in Christus sterven, maar ook eervol en glorierijk voor hen die voor Hem sterven. Laten wij ons dan niet verre houden van de hitte van de vervolging noch terugdeinzen, als wij er toe geroepen worden om ten bloede toe te weerstaan, want wij weten, dat er een kroon des levens is voor allen, die tot de dood toe getrouw zijn.