Genesis 20:14-18
Hier is:
1. De goedheid van een vorst, door Abimelech betoond aan Abraham. Zie hoe onrechtvaardig Abrahams naijverige vrees was, hij verbeeldde zich dat zij, als zij wisten dat zij zijn vrouw was, hem zouden doden, en in plaats hiervan hebben zij hem, toen zij het wisten, vriendelijkheid betoond, hoewel het ook kan wezen, dat zij tot die vriendelijkheid gedrongen werden door de verschrikking van de bestraffing Gods, waaronder zij toen leden. Hij geeft hem koninklijke geschenken, vers 14 schapen en runderen, en, vers 16, duizend zilverlingen. Dit schonk hij, toen hij Sara weergaf, hetzij:
a. Bij wijze van vergoeding voor het onrecht dat hij had willen doen door haar in zijn huis te nemen. Toen de Filistijnen de ark wedergaven, omdat zij met plagen bezocht werden, omdat zij haar terug hadden gehouden, hebben zij met de ark ook een geschenk gezonden. De wet bepaalde dat, als op de een of andere wijze herstel van onrecht moest geschieden, niet alleen de schade vergoed, maar er ook nog een geschenk aan toegevoegd moest worden, Leviticus 6:5. Of,
b. om Abrahams gebed te verkrijgen, niet alsof gebeden gekocht of verkocht moeten worden, maar wij moeten toch pogen hun vriendelijkheid te bewijzen, van wie wij geestelijk goed ontvangen hebben, 1 Corinthiërs 9:11. Wij handelen verstandig als wij de belangstelling trachten te verkrijgen en te behouden van hen, die invloed hebben in de hemel, diegenen tot onze vrienden te maken, die de vrienden Gods zijn. Hij geeft aan Sara een goede les, zegt haar, dat haar man (haar broeder noemt hij hem, om haar er voor te bestraffen, dat zij hem aldus genoemd heeft), haar tot een deksel der ogen moet wezen, dat is: zij moet niet naar een andere man zien, noch begeren door een andere man gezien te worden. Echtgenoten moeten elkaar tot deksel der ogen zijn. Het huwelijksverbond is een verbond met de ogen, Job 31:1.
2. De vriendelijkheid van een profeet, die Abraham betoonde aan Abimelech, hij bad voor hem, vers 17, 18. Deze eer wilde God Abraham aandoen, dat, hoewel Abimelech Sara had weergegeven, het oordeel over hem toch niet weggenomen werd, voordat Abraham voor hem had gebeden. Zo heeft God Mirjam genezen toen Mozes, die zij onbesuisd beledigd had, voor haar heeft gebeden, Numeri 12:13 en was Hij verzoend met Jobs vrienden toen Job, die zij gegriefd hadden, voor hen heeft gebeden, Job 42:8-10. De gebeden van Godvruchtige mannen kunnen een vriendelijkheid zijn voor grote, aanzienlijke mannen, en behoren op prijs te worden gesteld.