Genesis 17:4-6
De belofte wordt hier plechtig ingeleid: "Mij aangaande", zegt de grote God, "zie, en bewonder het, zie, en wees er van verzekerd, dat Mijn verbond met u is", zoals tevoren, in vers 2, Ik zal Mijn verbond stellen. Het verbond der genade is een verbond door God zelf gemaakt, daar roemt Hij in. (Mij aangaande) en dat kunnen ook wij. Hier nu:
I. Wordt aan Abram beloofd, dat hij een vader zal zijn van vele volken, dat is:
1. Dat zijn nakomelingen naar het vlees zeer talrijk zullen zijn, beide door Izak en Ismaël, en door de zonen van Ketura. Ongetwijfeld ligt in deze belofte iets buitengewoons opgesloten, en wij kunnen veronderstellen, dat de geschiedenis er aan beantwoord heeft, en dat er meer mensen van Abram afgestamd zijn, en nog van hem afstammen, dan van iemand anders op gelijke afstand met hem van Noach, de algemene stamvader.
2. Dat alle gelovigen in alle tijden beschouwd zullen worden als zijn geestelijk zaad, en dat hij genoemd zal worden niet alleen de vriend van God, maar de vader der gelovigen. De apostel duidt ons aan, dat wij de belofte in deze zin hebben op te vatten, Romeinen 4:16, 17. Hij is de vader van diegenen uit ieder volk, die door het geloof met God in verbond treden en (zoals de Joodse schrijvers het uitdrukken) "vergaderd worden onder de vleugelen der Goddelijke majesteit."
II. Ten teken hiervan wordt zijn naam veranderd van Abram, een hoge vader, in Abraham, de vader van een menigte. Dit was:
1. Om hem eer te bewijzen. Van de heerIijkheid der kerk wordt gesproken, zeggende, dat zij "met een nieuwe naam zal genoemd worden, welke des Heeren mond uitdrukkelijk noemen zal," Jesaja 62:2. Vorsten verwaardigden hun gunstelingen door hun nieuwe titels te verlenen, aldus werd Abraham verwaardigd door Hem, die in waarheid de bron en oorsprong is van alle eer. Alle gelovigen hebben een nieuwe naam, Openbaring 2:17. Sommigen denken dat er aan Abrahams nieuwe naam eer toegevoegd werd, doordat er een letter van de naam Jehovah ingelast werd, zoals het een versmaadheid was voor Jechonia, dat de eerste letter van zijn naam weggelaten werd, omdat zij gelijk was aan de eerste lettergreep van die heiligen naam, Jeremia 22:28. Gelovigen worden naar Christus genoemd, Efeze 3:15.
2. Om het geloof van Abram aan te moedigen en te bevestigen. Zolang hij kinderloos was, is zijn naam hem misschien soms tot smart geweest. Waarom zou hij een hoge vader genoemd worden, die in het geheel geen vader was? Maar nu God hem een talrijk nakroost had beloofd, en hem een naam heeft gegeven, die zoveel betekenend was, was die naam hem een blijdschap. God roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren, het is de opmerking van de apostel omtrent deze zaak, Romeinen 4:17. Hij noemde Abraham de vader van een menigte, omdat hij dit ter bestemder tijd zou blijken te zijn, hoewel hij nu nog slechts een kind had.