Genesis 10:21-32
In dit bericht omtrent de nakomelingen van Sem zijn twee dingen op te merken.
I. De beschrijving van Sem, vers 21. Wij hebben niet slechts zijn naam, Sem, die een naam betekent, maar nog twee titels om hem te onderscheiden.
1. Hij was de vader aller zonen van Heber. Heber was zijn achterkleinzoon, maar waarom moet hij nu de vader van al diens kinderen genoemd worden, meer dan die van alle kinderen van Arpachsad of van Selah enz.? Waarschijnlijk omdat Abraham en zijn zaad, Gods verbondsvolk, niet alleen van Heber afstamden maar naar hem Hebreeën werden genoemd, Hoofdstuk 14:13. Abram de Hebreeër. Paulus beschouwde het als zijn voorrecht, dat hij een Hebreeër uit de Hebreeën was, Filippenzen 3:5. Wij kunnen onderstellen, dat Heber zelf een man was van ongemene Godsvrucht In een tijd van algemene afval, en een groot voorbeeld van vroomheid voor zijn gezin, en daar de heilige taal naar hem gewoonlijk Hebreeuws wordt genoemd, is het waarschijnlijk dat hij haar in zijn gezin heeft bewaard bij de spraakverwarring van Babel, als een bijzonder teken van Gods gunst jegens hem. En naar hem zijn de belijders van de Godsdienst zonen van Heber genoemd. Toen nu de door Gods Geest gedreven schrijver hem een eervoller titel wilde geven, noemt hij hem de vader van de Hebreeën hoewel zij, toen Mozes dit schreef, een arm veracht volk waren, slaven in Egypte, maar, Gods volk zijnde, was het een eer voor een man om aan hen verwant te zijn. Gelijk Cham hoewel hij vele kinderen had, verloochend werd door de vader van Kanaän genoemd te worden op wiens zaad de vloek erfelijk overging Hoofdstuk 9:22, zo wordt Sem, hoewel hij vele zonen had, geëerd met de titel van vader van Heber, op wiens zaad de zegen erfelijk is overgegaan. Een geslacht van heiligen is in waarheid en werkelijkheid meer eervol dan een geslacht van edellieden, Sems heilig zaad meer dan Chams koninklijk zaad, Jakob's twaalf patriarchen meer dan Ismaëls twaalf vorsten, Hoofdstuk 17:20. Godsvrucht is ware grootheid.
2. Hij was de broeder van Jafeth, de grootste, waaruit blijkt, dat Sem, hoewel hij gewoonlijk het eerst genoemd wordt, toch niet Noach's eerstgeborene was, maar dat Jafeth de oudste was. Maar waarom wordt dit ook als behorende tot Sems titel en beschrijving vermeld dat hij de broeder van Jafeth was, daar dit toch al dikwijls tevoren gezegd was? En was hij niet ook de broeder van Cham? Waarschijnlijk is dit bedoeld om de vereniging aan te duiden van de heidenen met de Joden in de kerk. Hij had het als Sems eer genoemd, dat hij de vader was van de Hebreeën, maar opdat nu Jafeths zaad niet beschouwd zou worden als voor altijd buitengesloten te zijn van de kerk herinnert hij er ons hier aan, dat hij de broeder was van Jafeth, niet slechts naar geboorte, maar ook naar de zegen, want Jafeth was bestemd om in Sems tenten te wonen. Diegenen zijn in de beste zin broeders, die het zijn door genade, en die zich ontmoeten in het verbond van God en in de gemeenschap van de heiligen. In het verlenen van Zijn genade geeft God geen acht op meerderheid in jaren, maar gaat de jongere soms de oudere voor in het komen tot de kerk, zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten.
II. De reden, die aangeduid wordt voor de naam Peleg, vers 25, want in zijn dagen, ( dat is omstreeks de tijd van zijn geboorte, toen hem zijn naam gegeven werd) is de aarde verdeeld onder de kinderen van de mensen, die haar moesten bewonen, hetzij, toen Noach haar verdeelde door een ordelijke uitdeling er van zoals Jozua het land Kanaän verdeelde door het lot, of dat God, op hun weigering om met die verdeling genoegen te nemen, hen verdeelde door de spraakverwarring. Welke van die twee oorzaken het nu was, de Godvruchtige Heber zag er een reden in om er de herinnering van te bewaren in de naam van zijn zoon. En met recht kunnen onze zonen bij die naam genoemd worden, want in onze dagen is, in een andere zin, de aarde en de kerk op de allerongelukkigste wijze verdeeld.