10. En toen het knechtje groot, gespeend (
Genesis 21:8) geworden was, zo bracht zij het (
1 Samuël 1:23) tot Farao's dochter, 1) en het werd haar tot zoon; en zij noemde hem Mozes, 2)(Mo-udsche, van het Egyptische Mo = water, en udsche = gered) en zei: Want ik heb hem uit het water getrokken, 3)gered. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren, 4)en was machtig in woorden en in werken. (
Handelingen 7:22). 5)
1) Zal de vorstelijke pleegmoeder de bevallige knaap niet van tijd tot tijd graag toestaan, om naar de voedster weer te keren, die in het kinderlijk hart de vonk van liefde voor godsdienst en vrijheid zal aanblazen? En nooit zal zij haar verlaten, of de overlevering van Gods verbond met Zijn vriend, van Jakob's sterven en Jozefs laatste bevel, van Israël's bestemming voor Kanaän en het beloofde heil voor de wereld, is dieper hem ingeprent, en wat hij hoort in die overdierbare kring, geeft reeds vroegtijdig een beslissende wending aan de loop van zijn stille peinzen. Straks zal Egyptische wetenschap, bedwelmende wijn in plaats van zuivere moedermelk, overvloedige lafenis bieden aan deze naar waarheid dorstende geest. Onder het meest beschaafde, geleerde, geoefende volk, moet hij, mag ik mij zo uitdrukken, het werktuiglijke leren van alles, wat later tot de grote taak van zijn leven behoren zal. De hoogste wijsheid van de aarde moet in zijn oren weerklinken en in haar hoogste heerlijkheid voor zijn ogen voorbijgaan, opdat hij later bij ervaring versta, dat alle wijsheid van de wereld dwaasheid bij God, en alle heerlijkheid van de mensen aan het knakkend Nijlriet gelijk is. Maar dat de Egyptischgevormde man niet met hart en ziel Egyptenaar wordt, ziet, daarvoor heeft Jochébed te zorgen, en juist die vereniging, indien ik zo spreken mag, van het Egyptisch en het Israëlitisch element in de vorming van Mozes zal meewerken, om hem tot de latere, geheel enige Mozes te maken..
Mozes! Reeds vierendertig eeuwen zijn daarheen gesneld sinds een vorstelijke mond het eerst zijn welluidende naam over het hoofd van een zuigeling uitsprak, en toch, noemt mij een ander naast die van Abraham, die glansrijker schittert in de geschiedenis van het Oude Verbond? Het is te weinig, dat één godsdienst op aarde zich op hem, als haar stichter verheft; van drie onderscheiden godsdiensten hebben de belijders als met elkaar gewedijverd, wie van hen de schoonste kroon om het hoofd van Mozes zou vlechten. De Jood spreekt nog heden met geen mindere fierheid, dan de Farizeeën in de dagen van de heer: "wij zijn Mozes' discipelen!" De Moslim rangschikt hem onder de uitnemendste voorgangers en wegbereiders van zijn grote profeet. En de Christen, zonder voorbehoud onderschrijft hij de lofspraak, door een gewijde hand onder de beeltenis van Mozes geplaatst: "hij is getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar!" (Hebreeën 3:5) Mozes, de tolk, de vertrouweling, de gunstgenoot van God uitstek; Mozes, de reuze geest, wiens beleid door de kracht van Boven gesteund, een diep verbasterd slaventeelt in een volk van koningen en priesters herschiep; Mozes, de heldengestalte, die zich even hoog verheft boven al de hem omringende tijdgenoten, als de Sinaï de kruin boven lagere heuvelen beurt. Zou het voor iemand van ons mogelijk zijn een uur in zijn nabijheid te vertoeven, zonder dat hij, zoals Petrus eenmaal (Mattheus 17:4), de behoefte voelt, om een tabernakel voor de Godsman te bouwen?.
2) Als pleegmoeder gaf de vorstin het door haar aangenomen kind een naam, welke in onze gewone spreektaal: "een uit het water gehaalde" en dus "van de dood geredde" betekent. Deze naam moest door hem gedurende zijn gehele leven gedragen worden, en gedurende al de eeuwen de grote daden van God, in Mozes gewrocht, verkondigen. En was ook niet zijn verder leven een behouden worden, een behouden door het water heen? Immers door het water van de Rode Zee leidde hij Israël voorgoed uit de macht van de Egyptenaren. "Wateren" betekenen in de Schrift "verdrukkingen". Zo was zijn leven, het bestond in verdrukkingen..
Ofschoon God als het ware met uitgebreide handen zijn knecht tot Zich en tot het lichaam van de kerk trok, zo kwam dit temeer uit, waar Hij in zijn naam de herinnering aan zijn oorsprong hem gaf. Want de dochter van de koning had hem niet zonder de leiding van de Geest van God de naam gegeven, waardoor Mozes wist, dat hij uit de vloed was getrokken, waarin hij weldra zou omgekomen zijn. Zo dikwijls hij nu zijn naam hoorde moest hij zich herinneren, uit welk volk hij was gesproten..
De Hebreeuwse naam Mozes is van de Egyptische naam Mo-udsche afgeleid. Mozes betekent, uittrekker. Hij, die uitgetrokken was, voerde later zijn volk uit, uit de wateren van de verdrukking..
3) Een kind is uit het water getogen, en van deze ogenblik af is voor Israël een nieuwe toekomst geopend. Weinig vermoedt de dwingeland, die de geselroede bij de heersersstaf zwaait, dat het uitgelezen werktuig van Jehova's vergelding, door zijn eigen dochter gered, onder zijn eigen ogen zal opgroeien. "Ik zal verdelgen, ik zal vernielen," zo spreekt hij;.... " Ik zal werken," spreekt de Heere, "en wie zal keren," en plaatst de wieg, die de hoop van Israël draagt, als op de trede van Farao's troon. Beef, Memphis, want dat kinderlijk oog, het zal straks van verontwaardiging fonkelen, als het de ongerechtigheid vermenigvuldigen ziet. Die hand, die beurtelings Tharmutis en Jochébed omvat, zal eenmaal de wonderstaf voeren, waarvoor zich de golven verdelen. Ja, als natie zal Israël zijn geboortestond kunnen dagtekenen van dezelfde stond, die Mozes op het toneel doet verschijnen. O diepte van rijkdom, zowel van de wijsheid als van de kennis van God.. 4) De vijf boeken van Mozes zijn zo rijk aan ongezochte zinspelingen op Egypte, op de toestand van het land, de zeden en gebruiken, dat alleen een man, die zeer nauwkeurig met dat land bekend was, ze geschreven kan hebben. Zelfs de verdeling in vijf boeken, die zo voortreffelijk met de inhoud en het plan van de bewerker samen stemt, herinnert aan Egyptisch gebruik; dat getal toch was in Egypte in grote eer. (Genesis 43:34; 45:22; 47:2).
5) De Joodse geschiedschrijver Josefus verhaalt, dat Mozes een Egyptisch krijgsleger tegen Ethiopië heeft aangevoerd, tot Meroë is doorgedrongen en die sterke stad heeft ingenomen. Over "machtig in woorden" zie Exodus 4:10.
II. Vers 11-22. Mozes, 40 jaar oud geworden, treedt eigenmachtig als wreker van zijn onderdrukt volk op, wordt echter vernederd en moet eerst een veertigtal jaren in de school van de woestijn doorbrengen, voordat hij werkelijk tot bevrijding van Israël geschikt is.