Exodus 2:5-10
Hier is:
1. Mozes bewaard van om te komen. Kom, en zie de plaats, waar die grote man lag, toen hij een kind was: hij lag in een van biezen gevlochten kistje aan de oever van de rivier. Als hij daar was blijven liggen, dan zou hij spoedig van honger zijn omgekomen, als hij al niet eerder in het water gespoeld was, of door een krokodil was verslonden. Als hij in andere handen was gevallen dan in die waarin hij gevallen was, zij zouden niets anders hebben willen of durven doen, dan hem direct in de rivier te werpen, maar Gods voorzienigheid brengt daar geen minder persoon dan de eigen dochter van Farao, juist op dat ogenblik wordt zij naar die plaats gebracht, waar het arme wicht hulpeloos lag, en brengt haar hart tot medelijden, dat zij durfde tonen, toen niemand anders dit durfde. Nooit heeft een kind zo tijdig en zo tot zijn welzijn gehuild, als dit kind, het knaapje huilde waardoor het medelijden van de vorstin werd opgewekt, zoals zij ongetwijfeld al door zijn mooiheid was bewogen, vers 5, 6. Diegenen zijn wel echt hardvochtig, die door geen medelijden worden bewogen voor hulpeloze kinderen. Hoe aandoenlijk stelt God Zijn ontferming over de Israëlieten in het algemeen voor in deze erbarmelijke toestand, Ezechiël 16:5,6. Het is in personen van rang erg belangrijk om kennis te nemen van het verdriet en de benauwdheid ook van de geringsten, hulpvaardig en barmhartig voor hen te zijn. Van Gods zorg over ons in onze kindsheid behoren wij dikwijls tot Zijn lof melding te maken. Hoewel wij niet aan dergelijk gevaar werden blootgesteld (en dat wij het niet waren, hebben wij aan Gods barmhartigheid te danken) was toch ook onze kindsheid omringd van gevaren, waaruit de HEERE ons verlost heeft, Psalm 22:10, 11. Dikwijls verwekt God vrienden aan Zijn volk zelfs onder hun vijanden. Farao zoekt wreedaardiglijk Israëls verderf, maar zijn eigen dochter betoont liefderijk mededogen voor een Hebreeuws kind, en dat niet alleen, maar zonder het te weten of te bedoelen, behoudt zij Israëls bevrijder in het leven. O HEERE! hoe wonderlijk is Uw raad! Hoe onnaspeurlijk zijn Uw wegen!
2. Mozes wèl voorzien van een voedster, geen mindere dan zijn eigen moeder, vers 7-9 Farao's dochter vindt het goed en geschikt, dat hij een Hebreeuwse voedster zou hebben, (het zou ook wel jammer zijn, dat zo'n mooi kind gezoogd zou worden door een vrouw uit een misschien gemengd ras) en de zuster van Mozes heeft handig haar moeder die plaats weten te bezorgen, tot groot voordeel van het kind, want moeders zijn de beste voedsters, en zij, die de zegen ontvangen van de borsten, zowel als van de baarmoeder, doen niet recht als zij ze niet geven aan hen, om wier wil zij ze ontvangen hebben. Het was ook een onuitsprekelijke voldoening voor de moeder, die haar zoon ontving als een leven uit de doden, en nu zonder angst of vrees hem bij zich kon houden. Haar vervoering van blijdschap bij die gelukkige keer zou wel genoeg zijn geweest om haar ook door een minder scherpziend oog dan dat van Salomo 1 Koningen 3:37, als de ware moeder te doen herkennen, als daar het minste vermoeden van gerezen was.
3. Mozes bevorderd om de zoon van Farao's dochter te zijn, vers 10. Zijn ouders hebben hierin wellicht niet alleen toegegeven aan de noodzakelijkheid, daar zij hem voor haar opgevoed hebben, maar waren erg verheugd met de eer, die aan hun zoon te beurt viel, want de glimlachjes van de wereld zijn een sterkere verzoeking dan haar dreigementen, en kunnen moeilijker worden weerstaan. De overlevering van de Joden zegt, dat Farao's dochter zelf geen kind had, en dat zij het enige kind was van haar vader, zodat Mozes, toen zij hem aannam als haar zoon, veel kans had om op de troon te komen. Hoe dit zij, zeker is het dat hij mettertijd alle kans had op grote bevordering aan het hof, en intussen genoot hij het voorrecht en het voordeel van de beste opvoeding en het onderwijs van de beste leermeesters, en een man van zeer groot verstand zijnde, werd hij een meester in al de wettige wijsheid van de Egyptenaren, Handelingen 7:22. Het behaagt God in Zijn voorzienigheid soms om de armen op te richten uit het stof om hen te doen zitten bij de prinsen, Psalm 113:7, 8. Velen, die door hun geboorte bestemd schijnen om hun leven door te brengen in armoede, worden door wondere gebeurtenissen en leidingen van Gods voorzienigheid aan het boveneinde van de wereld geplaatst, teneinde de mensen te doen weten dat de hemel regeert. Voor hen, die Hij bestemd heeft om grote diensten te bewijzen vindt Hij de middelen en wegen om er hen bekwaam toe te maken. Door zijn opvoeding aan het hof is Mozes des te meer geschikt om een vorst te zijn, koning in Jeshurun, te wezen, door zijn opvoeding aan een geleerd hof, (want dat was het Egyptische in die tijd) is hij des te meer geschikt en bekwaam om een geschiedschrijver te zijn, en daar hij aan het hof van Egypte was opgevoed, kon hij zoveel geschikter gebruikt worden, om in de Naam van God gezant aan dat hof te wezen.
4. Mozes genoemd. De Joden zeggen ons dat zijn vader hem bij zijn besnijdenis Joachim genoemd heeft, maar Farao's dochter noemde hem Mozes, uit het water getrokken, zoals in de Egyptische taal de betekenis is van die naam. Het noemen van de Joodse wetgever bij een Egyptische naam is een gelukkig voorteken voor de heidenwereld, en geeft hoop op de dag, wanneer gezegd zal worden: Gezegend zij Mijn volk, de Egyptenaars, Jesaja 19:25. En zijn onderricht aan het hof was een onderpand voor de vervulling van die belofte: koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen, Jesaja 49:23.