31. Daarna zult gij een voorhang 1) maken van dezelfde stoffen en met dezelfde versierselen, als het deksel, dat de woning van binnen bekleedt (
Vers 1), namelijk van hemelsblauw, en purper, en scharlaken en fijn getwijnd linnen byssus, 2) van het allerkunstigste werk zal men die maken, met cherubs daarin geweven.
1) In het Hebreeuws Parocheth, eigenlijk een scheiding. Een voorhang diende, om het Heilige van de voorhof en het Heilige der Heiligen te scheiden van het Heilige. De Apostel van het geloof geeft aan, de zin en de betekenis van de voorhang, als hij zegt (Hebreeën 9:8): De Heilige Geest beduidde daarmee, dat de weg van het Heiligdom nog niet openbaar was gemaakt, zolang de eerste tabernakel nog stand had. Tevens werd door dat voorhangsel aangeduid, het vlees, d.i. de menselijke natuur van Christus..
2) De vier kleuren van dat voorhangsel schijnen aan te wijzen, hemelsblauw, de gerechtigheid; purper en scharlaken, zonde en schuld Jesaja 1:18); en het witte linnen, de heiligheid. Inderdaad was de menselijke natuur van Jezus een allerheerlijkste openbaring van de gerechtigheid en de heiligheid van God, maar te midden daarvan niet minder van de zonde en schuld van het volk. Daarom moest dat voorhangsel tussen God en ons, namelijk het vlees van de Zoon van God worden gescheurd, eer de weg tot het heiligdom waarlijk open kon zijn. En als Borg, Die aan de gerechtigheid en waarheid voldoet, door het dragen en wegnemen van schuld en zonde beide, was Christus de ingang in het heilige (de kerk), en tevens de ingang in het allerheiligste (de Hemel). Vandaar dan ook dat de voorhangsels doorweven waren met cherubijnen (de triomferende kerk), want die gerechtigheid en waarheid, die zonde en schuld, hadden betrekking op het volk van Jezus, en aan hen kon geen ingang in genade en in heerlijkheid worden gegeven, dan door het scheuren van Jezus' vlees, dat is door het verzoenen van de deugden van God, die Hij openbaarde, en door het wegnemen van de ongerechtigheden, die Hij droeg..
De kleuren, waarmee de voorhangsels bewerkt waren, wit, hemels blauw, purper en karmozijn, zijn een zinnebeeld van Gods regering onder Israël. De heiligheid, onveranderlijkheid of getrouwheid, heerlijkheid en genade van de Heere worden hierdoor aangeduid..