Spreuken 7:1-5
Deze verzen zijn een inleiding tot zijn waarschuwing tegen vleselijke lusten, tamelijk gelijk aan die in Hoofdst. 6, 20 en verv. en eindigt, vers 5, zoals vers 24, om u te bewaren voor de vreemde vrouw, dat is hetgeen hij bedoelt, alleen had hij daar gezegd: bewaar het gebod uws vaders, hier en het komt op hetzelfde neer bewaar mijn geboden, want hij spreekt tot ons als tot zonen. Hij spreekt in de naam van God, want het zijn Gods geboden, die wij moeten houden, Zijn woorden, Zijn wet.
Het Woord van God moet ons wezen:
1. Hetgeen, waar wij het meest zorgzaam op zijn, wij moeten het bewaren als onze schat, wij moeten Gods geboden bij ons wegleggen, ze veilig wegleggen, opdat wij niet door de boze er van worden beroofd, vers 1. Wij moeten ze bewaren als ons leven, bewaar mijn geboden en leef, vers 2, niet slechts: bewaar ze, en gij zult leven, maar bewaar ze, zoals gij uw leven bewaart, als degenen, die zonder dat niet kunnen leven. Het zou de dood zijn voor een Godvruchtige om van het Woord van God te worden beroofd, want daarbij leeft hij, en niet bij brood alleen.
2. Als hetgeen, waarvoor wij de tederste zorg dragen, bewaar mijn wet als de appel uwer ogen, een kleinigheid bezeert het oog, en daarom is het door de natuur zo welbewaard. Wij bidden met David dat God ons zal bewaren als het zwart des oogappels, Psalm 17:8, dat ons leven en ons welvaren kostelijk mogen zijn in Zijn ogen: en dat zullen zij zijn, Zacheria 2:8, als wij evenzo tederlijk zorgzaam zijn voor Zijn wet, en bevreesd zijn voor de minste overtreding ervan. Zij, die een strenge en omzichtige wandel afkeuren en smaden als nodeloze stijfheid en angstvalligheid, bedenken niet dat de wet bewaard moet worden als de appel van het oog, want zij is ook inderdaad de appel van ons oog, de wet is licht, de wet in het hart is het oog van de ziel.
3. Als hetgeen, waarop wij fier zijn en waaraan wij steeds willen denken, vers 3. Bind ze aan uw vingeren, laat hen u dierbaar zijn beschouw ze als een sieraad, als een diamanten ring, als een zegelring aan uw rechterhand draag ze voortdurend als een trouwring, het teken van uw ondertrouw aan God, beschouw het Woord van God als u eer aandoende, als het teken uwer waardigheid. Bind ze aan uw vingeren, opdat zij u voortdurend aan uw plicht herinneren, gij ze altijd voor uw ogen kunt hebben, als hetgeen op uw handpalmen gegraveerd is.
4. Als hetgeen, dat wij liefhebben en waarvan wij altijd denken. Schrijf ze op de tafel uws harten, zoals de namen van de vrienden, die wij tederlijk liefhebben, in ons hart geschreven zijn. Het Woord Gods wone rijkelijk in ons, en zij daar geschreven, waar het altijd gereed bij de hand is om gelezen te worden. Laat, waar de zonde geschreven was, Jeremia 17:1, het Woord van God geschreven zijn. Het is de zaak van een belofte, Hebreeën 8:10. Ik zal Mijn wet in hun harten schrijven, hetgeen het gebod uitvoerbaar en gemakkelijk maakt.
5. Als hetgeen, waarmee wij innig bekend en vertrouwd zijn, vers 4. "Zeg tot de wijsheid, gij zijt mijn zuster, die ik tederlijk liefheb, en in wie ik een welbehagen heb, en heet het verstand uw bloedvriend, aan wie ik naverwant ben, en voor wie ik een zuivere genegenheid koester, noem het uw vriend, om wie gij werft." Wij moeten ons gemeenzaam maken met het Woord van God het raadplegen, en met zijn eer te rade gaan. behagen vinden in de omgang er mede. 6. Als hetgeen, waarvan wij gebruik maken ter onzer verdediging en wapenrusting, om ons te behoeden voor de vreemde vrouw, voor zonde deze vleiende, maar verwoestende zaak, die overspeelster, inzonderheid voor de zonde van de ontucht, vers 5. Laat het Woord van God onze vrees bevestigen voor die zonde, en ons besluit er tegen, laat het ons haar bedriegelijkheid ontdekken, en ons een antwoord ingeven op al haar vleierijen.