Spreuken 29:14
1. Hier is de plicht van de magistraten, en die is: getrouwelijk recht te doen tussen mens en mens, en in alle zaken, die voor hen gebracht worden, naar waarheid en billijkheid uitspraak te doen, inzonderheid zorg te dragen voor de armen, hen niet te steunen in een onrechtvaardige zaak omdat zij arm zijn, Exodus 23:3, maar er voor te zorgen dat hun armoede niet tot hun nadeel strekt, indien hun zaak rechtvaardig is. De rijken zullen wel voor zichzelf zorgen, maar de armen en nooddruftigen moet de vorst beschermen, Psalm 82:3, hun recht doen, Spreuken 31:1.
2. Het geluk van de magistraten, die hun plicht doen, hun troon van de eer, hun tribunaal zal in eeuwigheid bevestigd worden. Dit zal hun de gunst van God verzekeren, en hun deel in de genegenheid des volks versterken, en zo zal hun macht worden bevestigd, en er toe bijdragen dat zij in hun geslacht wordt bestendigd.