Spreuken 29:13
Dit toont aan met hoeveel wijsheid de grote God zich bedient van mensen van een zeer verschillenden aard en bekwaamheid om Zijn doeleinden tot stand te brengen.
1. Door hen, die geheel tegenovergesteld zijn aan elkaar. Sommigen zijn arm en genoodzaakt om te lenen, anderen zijn rijk, hebben zeer veel van de mammon van de ongerechtigheid (bedrieglijke rijkdom wordt hij genoemd) en zij zijn de schuldeisers, of woekeraars, zoals de kanttekening zegt. Sommigen zijn arm en eerlijk en vlijtig, anderen zijn rijk, traag en bedrieglijk, zij ontmoeten elkaar in de zaken van deze wereld, en zij hebben zaken te doen met elkaar, en de Heer verlicht hun ogen, Hij doet over beide Zijn licht schijnen, en geeft hun beide de gemakken en genoegens van dit leven, aan sommigen van beide soorten geeft Hij Zijn genade, Hij verlicht de ogen van de armen door hun geduld te geven, en van de bedrieglijken door hun berouw en bekering te geven, zoals aan Zacheüs.
2. Door hen, die, naar wij denken, het best gemist kunnen worden. Wij zijn gereed om de armen en de bedrieglijken te beschouwen als de vlekken van de voorzienigheid, maar God openbaart zelfs in hen de schoonheid van Zijn voorzienigheid, Hij heeft wijze doeleinden niet alleen met de armen altijd met ons te laten, maar ook met toe te laten dat er bedrogenen en bedriegers zijn, want beide zijn van Hem, Job 12:16, en zijn dienstbaar tot Zijn lof.